Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Portret vader Escher, 1935

Op 25 augustus 1935 maakt Escher vijftien afdrukken van het portret dat hij had gemaakt van zijn vader. Op 4 juli was hij met zijn gezin vanuit Rome naar het Zwitserse Château-d’Oex verhuisd, waarna hij vrijwel direct naar Nederland doorreisde om daar een en ander te regelen voor een lang verblijf in Zwitserland. Vanuit de Haagse woning van zijn ouders bezoekt hij onder andere zijn oude leermeester Jessurun de Mesquita, overlegt hij met zijn neef Anton Escher over een logo voor diens machinefabriek, praat hij met de PTT en drukkerij Enschedé over zijn ontwerp voor de luchtvaartfondspostzegel en spreekt hij af met zijn vrienden Jan van der Does de Willebois en Bas Kist.

Tussen alle bezoeken door is hij drie weken lang bezig met een zeer gedetailleerd, liefdevol portret van zijn vader. Als hij eindelijk een bevredigende voorstudie heeft, zet hij het portret in een paar dagen op een lithosteen. George Arnold Escher was al tweeënnegentig tijdens deze sessies maar hij bracht er zelf verslag van uit in zijn dagboek:

30 juli: ‘Terwijl ik in het ochtendblad lees, begint Mauk mij te tekenen.
6 augustus: ‘Mauk werkt door, terwijl ik het ochtendblad doorlees, bedoeld voor een litho.’
9 augustus: ‘Ik poseer weer.’
11 augustus: ‘Mauk besteedt veel tijd aan mijn rechterhand met welke ik mijn leesglas vasthoud.
12 augustus: ‘Idem.’
20 augustus: ‘Mauk den heelen dag getekend op den steen voor mijn portret, namelijk hoofdzakelijk den achtergrond.’

In zijn boek Grafiek en tekeningen zal Escher later over deze litho vermelden:

‘Bij het grafisch portretteren van iemand met sterk a-symmetrische gelaatstrekken gaat de gelijkenis grotendeels verloren op de afdruk, die immers geheel het spiegelbeeld is van het originele werkstuk. Daarom werd in dit geval een ‘tegendruk’ gemaakt, d.w.z.: terwijl de drukinkt op het papier van een eerste afdruk nog vochtig was, werd deze afgedrukt op een tweede vel papier, waarop de spiegeling dus is opgeheven. Het ‘bewijs’ levert de handtekening van de geportretteerde, die hij met lithografisch krijt op de steen zette en die hier, twee maal gespiegeld, gelijk aan het origineel, zichtbaar is.’

De litho kwam niet in de handel. De vijftien afdrukken waren uitsluitend bedoeld voor familieleden. Vader Escher kreeg de eerste, broer Eddy in Brussel de tweede, broer Beer de derde. Vader, die inmiddels heel moeilijk liep en wiens gezichts- en gehoorvermogen danig achteruit waren gegaan, schreef:

‘Sara [Eschers moeder, EK] vergezelt hem naar het station, ofschoon hij daarop niet gesteld is. Voor het vertrek druppelt Mauk in plaats van Sara mijn ogen en doet dat zeer goed. Mauk neemt een exempel van mijn portret voor Eddy mee. Daarop kan hij het oogenkapje zien, dat hij voor enigen tijd voor mij meebracht uit de Belgische zeebadplaats.’

Het portret, het druppelen van de ogen, het lijken afscheidsrituelen van een zoon die er rekening mee houdt dat hij zijn vader niet meer zal zien. Maar het liep anders. Hij zou zijn vader nog meerdere malen spreken toen hij tijdens zijn Delft-serie meerdere dagen bij zijn ouders logeerde in april 1939. Nog geen twee maanden later overleed vader Escher.




Meer Escher vandaag