Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Home

Escher vandaag

Hier haken we in op data uit het leven en werk van M.C. Escher, kriskras door de tijd maar toch actueel. Geniet het hele jaar door van achtergrondverhalen, anekdotes en weetjes over deze fascinerende kunstenaar.

De weg van de meester

In mei 1937 maakte Escher Metamorphose I, een verhalend werk waarin het kuststadje Atrani langzaam verandert in een grid van kubussen die op hun beurt transformeren tot een Aziatisch mannetje. Als Atrani in deze prent voor het verleden staat dan zou je de Aziaat met de hoed als de toekomst kunnen zien. Daarmee wordt de analogie van Eschers leven met dat van een oude martial arts meester interessant.
Escher begon zijn training als jongeman in de buurt van waar hij woonde. Dan vertrekt hij naar een ver land, Italië in dit geval. Daar studeert en oefent hij en werkt hij heel hard om goed te worden in zijn vak. Als hij terugkeert naar zijn geboorteland is hij een meester. Hij kan dingen die niemand anders kan. In het geval van Escher is dat een ultieme beheersing van de grafische technieken. De vechtkunst was een fenomeen dat juist heel ver van hem af stond. Het grote verschil met een martial arts meester is dat die zijn kunde vaak overbracht door een school te stichten waarin hij leerlingen de fijne kneepjes van kung fu, karate, aikido, etc bijbracht. Escher heeft nooit leerlingen gehad.

Moederdag 2018

Geen mooiere manier om Moederdag te vieren dan met een foto van een gelukkige moeder. Maurits maakte dit portret van zijn vrouw Jetta en hun eerste zoon George in het voorjaar van 1927. Het paar is net in hun huis aan de Via Alessandro Poerio in Rome getrokken. Op de achtergrond zijn de majolica-tegels te zien die Escher zelf had ontworpen voor de gang en de eetkamer. George (bijnaam 'Jojo') was in de zomer ervoor geboren en na wat omzwervingen langs diverse tijdelijke woningen kon het jonge gezin hier echt thuis komen. Het geluk leidde in december 1928 tot een tweede zoon en in maart 1938 tot een derde.

Bevrijdingsdag met Lucht en Water II

Deze prent van Escher vormt een passende illustratie bij Bevrijdingsdag, de dag waarop we vieren dat de Duitse bezetting in Nederland in 1945 eindelijk voorbij was. Zijn vogels en vissen die zich ontworstelen aan de grip van de vlakvulling zijn een mooie metafoor voor het herwinnen van de vrijheid.
Escher maakte Lucht en Water II in de ijskoude decembermaand van 1938, een sterk contrast met het mooie weer vandaag. Een half jaar eerder maakte hij al een prent met hetzelfde thema: Lucht en Water I. Daarin bewegen de vogels en vissen allemaal naar rechts, maar in II zien we een beweging die om en om is gespiegeld. Van boven naar beneden gezien vliegt de eerste zwarte vogel uit de centrale vlakvulling naar rechts; de tweede daaronder vliegt naar links. De bijpassende vissen onderaan maken diezelfde beweging. Dan volgt er een lijn waarin twee vogels naar rechts vliegen en weer twee naar links. De vissen in die lijn doen hetzelfde. Dan volgt er een lijn met drie vogels rechts en links en drie vissen rechts en links. In de laatste lijn van elke helft zijn het er vier.
Omdat de bovenste helft in de onderste doorloopt en vice versa, ontstaat de vlakvulling waarbij de vogels restvorm worden bij de vissen en andersom. In opwaartse richting vanuit het midden openen zich de witte motieven en verliezen langzaam hun visvormige silhouetten; ze vloeien in elkaar over en veranderen in een achtergrond van witte lucht waarin de vogels vliegen. Het tegengestelde gebeurt als je vanuit het midden het oog in neerwaartse richting begeeft. Door die afwisseling van vorm en restvorm is het moeilijk vast te stellen hoeveel vogels en vissen er in deze houtsnede zitten. Is een vogel als restvorm ook een vogel en zoja, op welk moment stopt dat dan? Hoewel het op schrift veel ingewikkelder lijkt dan het bekijken van de prent, is juist dat kijken ook heel moeilijk. Escher fopt je waar je bij staat. Telkens weer.
Lees meer over beide versies van Lucht en Water in dit verhaal van oud-conservator Micky Piller.

Zelfportret in bolspiegel, 1950

Waarschijnlijk is er geen kunstenaar die zichzelf zo vaak afgebeeld heeft als Rembrandt van Rijn. Van hem zijn circa veertig zelfportretten bekend. Maar Escher had er ook een handje van. Tussen 1917 en 1950 maakte hij er twaalf, waarvan meerdere waarin hij zichzelf in een bolspiegel vastlegde. In de spiegel kijkend geeft hij zijn eigen beeltenis weer, zoals hij zichzelf ziet maar ook zoals hij zichzelf wil zien. Een zelfportret is, net als elk ander werk naar de werkelijkheid, een visie op die werkelijkheid. Zeker bij Escher. De kijker wil de kunstenaar zien, maar moet het doen met de versie die de kunstenaar op dat moment van zichzelf wil presenteren.
Dit zelfportret in bolspiegel is de laatste van vier bolspiegelvarianten die Escher maakte en ook het laatste zelfportret. In zijn eerdere zelfportretten maakte hij een ontwikkeling door van onzekere jongeman naar zelfbewust kunstenaar en van technische eenvoud naar een virtuoze beheersing van de grafische kunsten. Maar in dit laatste zelfportret maakt hij een terugkerende beweging. Het is een klein en basaal bolspiegelbeeld met alleen de kunstenaar, zijn atelier, zijn papier en zijn handen. Vooral zijn handen. Alsof hij wil zeggen: dit is het. Dit is de kern. Dit is mijn gereedschap. Achteraf gezien zijn deze eenvoud en stilte ironisch: in april 1950 stond Escher aan de vooravond van zijn grote internationale doorbraak. Een doorbraak die hem plezier deed maar ook overweldigde.
Lees meer over deze zelfreflectie in Zelfportretten 1917 – 1950, een verhaal van oud-conservator Micky Piller.

Interview in Vrij Nederland, 1968

Vandaag precies 50 jaar geleden, op 20 april 1968, verscheen er in Vrij Nederland een lang interview met M.C. Escher door de legendarische journaliste Bibeb. Veel zin had hij er destijds niet in. Escher legde het weekblad vaak terzijde omdat het hem zo deprimeerde.

"Ik liet mij vermurwen, hoewel ik er eerst geen heil in zag. Een eerste seance van 3 uren hebben we nu achter de rug, maar zij is nog lang niet tevreden en komt overmorgen nòg eens een hele middag. Leuk om te zien hoe zij het doet: wij praten samen en daarbij heeft zij een dik bloknoot op haar schoot, waarin zij voortdurend schrijft in een heel groot schrift, nagenoeg zonder er naar te kijken. Wat er in mijn geval van terecht zal komen, weet ik niet, maar ik zit nu eenmaal in het schuitje en vaar dus maar dapper mee. Zij is trouwens een heel onderhoudende en eigenlijk wel aardige vrouw. Ook met moeder kan zij best opschieten en vice versa. (Van tevoren had ik haar ingelicht over onze ongewone omstandigheden, waarover dan ook in het artikel met geen woord zal worden gerept.) Ik krijg haar pennenvrucht trouwens, ter eventuele correctie, te lezen voor die gedrukt wordt."

Na plaatsing kreeg Escher veel reacties.

"Jan is tot nu toe de enige die mij enigszins bezwaard en critisch commentaar leverde. De rest van de vele commentaren die ik ontving, zijn allemaal gunstig, sommige zelfs enthousiast. Het schijnt, hoe dan ook, een 'sprekend' portret van mij te zijn."

In het interview staan een aantal opvallende quotes die veel zeggen over de man en zijn werk:

"Ik kan van m’n werk onbegrijpelijk veel verkopen. Ik zou miljonair kunnen, zijn. Als ik in m’n atelier assistenten had, die ik zou laten werken, zouden ze de hele dag houtsneden moeten afdrukken om aan de vraag te voldoen. Ik denk er niet aan. Wat moet ik met het geld? Ik heb drie zoons, die hebben het goed. Nog meer centjes, daar kunnen ze alleen maar slecht van worden."

"Ik wandel steeds in raadselen. Er komen telkens jongelui die zeggen: u maakt ook opart. Ik weet helemaal niet wat het is, opart. Dit werk maak ik al dertig jaar lang."

"Soms heb ik het gevoel: mag dat nou wel. M'n werk is niet ernstig genoeg. Als je dit doet, terwijl op de tv die ellendige Vietnam geschiedenis... Het leven is ellendig, dat weet ik ook wel. Ik lig niet voor m'n plezier wakker. Ik slaap slecht, als ik wakker lig neem ik de Hobbit. Die beschrijvingen zijn zo echt alsof hij er zelf heeft gewoond. Ik leef helemaal in dat bos met die spinnen, dat is ook de werkelijkheid: geen werkelijkheid."

"Ik voel niet zo broederlijk. Ik heb een stuk of drie, vier vrienden nog van de burgerschool in Arnhem. Die zoek je dan uit, omdat ze bij je passen. Ik heb ze niet losgelaten. Sommige zijn dood."

"Vroeger wist ik niet wat tijd was, ik ging maar door. Daar bestond mijn leven uit. Uit weinig meer dan dat. Nu, als ik met iets bezig ben, heb ik angst, denk ik elk ogenblik, misschien is het het laatste, tussen twee prenten in vind ik zelfmoord een aardige gedachte. Ik zou een club op willen richten van zelfmoordenaars. Alleen na je zeventigste kan je lid worden en het moet onder leiding staan van een medicus. Het mogen er niet te gek veel zijn. En zo nu en dan zegt eentje: het moet gebeuren. Dan wordt hij om zeep geholpen."

"Met m’n werk moet ik alleen zijn. Ik kan niet hebben dat er iemand voorbij m’n raam komt. Daarom heb ik die tuin. Ik ben geluidschuw en bewegingsschuw. Zoals Willink over die portretten sprak, ik kan het me wel voorstellen. Een portret maken kan ik psychisch niet aan. Zo’n vent die voor je zit, zo’n persoon is veel te hinderlijk voor mij. Ik heb alleen een heel enkele keer een portret van mezelf in de spiegel gemaakt. De mensen maken me gauw in de war."

"Ik ben alleen geïnteresseerd in wat ik zelf doe. Ik voel me sterk gevleid als wetenschapsmensen m’n werk goed vinden, maar het oordeel van een of andere artiest doet me niks. ’t Is ook geen kleinigheid, een man van de wetenschap te zijn. Goed, ze zitten ook gevangen in hun eigen weggetje. Ik zit ook gevangen in m’n eigen weggetje. Als kunstenaar moet je beperkt zijn, moet je deuren gesloten houden en je eigen weggetje gaan. Als ik met iets bezig ben, denk ik, dat ik het mooiste van de wereld maak. Als iets gelukt is zit ik er ’s avonds verliefd naar te kijken. Een verliefdheid die ver boven verliefd zijn op een mens uitgaat. De volgende dag gaan je oogjes wel weer open. Ik vind wat ik zelf maak het mooiste en ook het lelijkste."

Lees het volledige artikel op de website van Vrij Nederland.

De bol van Escher

De Volkskrant schrijft een langzaam groeiende serie over de naoorlogse Nederlandse popcultuur. In 100 voorwerpen legt de krant deze geschiedschrijving vast, met aandacht voor gebruiksvoorwerpen, decorstukken, sportattributen, kledingstukken en ook voor kunstobjecten. Kunstredacteur Mark Moorman schreef een stuk over de houten bol met hagedissen die Escher in 1949 uit beukenhout sneed.
De bol is 14 centimeter in doorsnee. Het rijke oeuvre van graficus M.C. Escher kent er maar drie: een met vissen, een met menselijke figuurtjes en een (zie foto) met hagedissen. Schitterend voorwerp, maar bepaald niet bedoeld als een soort stressbal.
Escher loste er een probleem mee op waarmee hij op het platte vlak worstelde. Over zijn eerste bol, met de vissen, schreef hij:

'Als men deze bal in zijn handen rondwentelt, verschijnt vis na vis in een eindeloze opvolging. Hoewel beperkt in aantal, symboliseren zij het idee van onbegrensdheid op een manier die op het platte vlak onbereikbaar is.'

De oneindigheid dus, en niet minder. 'Infinity, and beyond!', om met Buzz Lightyear te spreken.
Als het gaat over de grote namen in de Nederlandse kunstgeschiedenis, wordt Escher meestal niet meegerekend. Hij wordt niet in één adem genoemd met de Grote Drie (Rembrandt, Vermeer en Van Gogh). Toch is Maurits Cornelis Escher (1898 - 1972) de laatste jaren uitgegroeid tot een van de bekendste Nederlandse kunstenaars wereldwijd. In 2011, bijna veertig jaar na zijn dood, bezochten 573 duizend mensen een expositie in Rio de Janeiro, waarmee dat de drukst bezochte expositie van dat jaar werd. Wereldwijd. Dat had niet alleen met de Braziliaanse preoccupatie met oneindigheid te maken; in seizoen 2015-2016 bezochten een half miljoen Italianen een Escherexpositie die reisde langs Rome, Bologna en Milaan.
Er zullen vermoedelijk heel wat meer mensen eindeloos naar zijn duizelingwekkende houtsnede Relativiteit (1953) hebben gestaard dan naar het Meisje met de Parel of naar de Nachtwacht. U kent de titel niet, maar de afbeelding zeker wel, al was het maar omdat hij aan de muur hing op de middelbare school, waarbij hij op mysterieuze manier uw sentiment over het dubbeluur Duits wist te verbeelden: een labyrintisch trappenhuis waar de zwaartekracht zoek is.
Het is zeker het enige Nederlandse kunstwerk dat we terugvinden als een rap van mc (master of ceremonies) escher in een Amerikaanse animatieserie van Seth McFarlane: 'Going up the stairs and going down the stairs en going up the sideway stairs!' Het is tevens het enige Nederlandse kunstwerk dat figureert in de populaire Night at the Museum-trilogie, waarin Ben Stiller tijdens een achtervolging in datzelfde hersenkrakende trappenhuis verzeild raakt.

Escher mag een groot deel van zijn leven in Baarn hebben gewoond, het zijn diens vooroorlogse reizen geweest die beslissend werden voor de richting van carrière, waarbij een eerste bezoek aan het Alhambra in Granada in 1922 een waterscheiding betekende. De vlakverdeling van het 14de-eeuwse Moorse mozaïek werd een levenslange inspiratiebron voor Escher, die hem in het gezelschap van een aantal grote geesten bracht. Al was het maar in de titel van de onwaarschijnlijke jarentachtigbestseller Gödel, Escher, Bach van de natuurkundige Douglas Hofstadter, met ruime voorsprong het best verkopende boek ooit over 'de wiskundige onvolledigheidsstelling van Gödel'.
Conservator Dunja Nadjézjda Hak van Escher in Het Paleis in Den Haag, dat twee van de drie bekende bollen in bezit heeft, merkt dat mensen verrast zijn door het ruimtelijk werk van Escher. 'Het is wonderlijk knap. Een soort schaken in het kwadraat.'
Hoe eindeloos fascinerend het werk van Escher ook is, de geniale maker zelf werd achtervolgd door twijfel:

'Altijd als er iets over mijn werk wordt gezegd, krijg ik dat rare gevoel: een soort van knullige trots en tevredenheid, vermengd met angst voor overschatting van de waarde, of het belang.'

De derde scheppingsdag

Bij Escher in Het Paleis kunt u altijd Eschers bekendste werken zien; Dag en Nacht, Klimmen en Dalen, Reptielen, Waterval, Prentententoonstelling, Relativiteit, Ontmoeting, Andere Wereld, Hol en Bol, etc. Maar we besteden natuurlijk ook aandacht aan de vele andere prenten uit zijn meer dan 50 jaar omspannende oeuvre. Maar voordat ze die aandacht krijgen en op zaal kunnen schitteren, hebben ze in het depot gewacht op hun beurt. Geduldig maar vastberaden.
Begin maart is er een nieuwe wissel geweest waarbij een aantal prenten weer is gaan 'slapen' en er een nieuwe serie schatten voor het voetlicht is gekomen. Een daarvan is de houtsnede De derde scheppingsdag. In de winter van 1925/1926 werkte Escher aan een serie van zes houtsnedes over de schepping, 'I sei giorni della creazione'. De serie kon op veel waardering rekenen, zowel in Nederland als in Italië waar hij ze in mei 1926 exposeerde. Naast dag drie hangen ook dag een, vijf en zes momenteel op zaal. Bij zijn initialen en datum sneed Escher voor elke prent uit deze serie ook de Genesisverwijzing. Voor De derde scheppingsdag is dat Genesis 1:9-13. Daarin staat dat God op dag drie de aarde, de zee, de planten en de bomen schiep. In een prachtige mix van zwart & wit, vorm & restvorm en yin & yang schept Escher zijn eigen versie van deze dag.

Matthäus-Passion programma

Goede Vrijdag, Matthäus-Passiondag. Het Paasfeest was voor Escher onlosmakelijk verbonden met dit oratorium van Johann Sebastian Bach. Niet alleen voor hem: de Matthäus-Passion is zonder twijfel de populairste klassieke muziek in ons land. Elk jaar is heel Nederland in de dagen voor Pasen in de ban van Bach. Maar voor Escher ging de liefde het hele jaar door. Alles in zijn leven was verbonden was met deze componist die op zoveel manieren op hem zelf leek. De systematische benaderingswijze, de ritmiek, de herhaling, de symmetrie. De overeenkomsten zijn groot.
Escher was een enthousiast concertganger. Met potlood kalkte hij gedurende zijn hele leven zijn agenda's vol met data van belangrijke uitvoeringen. Als je deze selectie van aantekeningen over radio-uitzendingen en over bezoeken aan concerten uit 1946-48 bekijkt, krijg je een beeld van het fanatisme waarmee hij de muziek van Bach beleefde.

6 september 1946: Hilversum 2: Bachcantate
26 september 1946: Oude Kerk A'dam: Kunst der Fuge (Escher zou die avond een lezing geven maar die zegde hij op het laatste moment af omdat hij 'de uitvoering van Kunst der Fuge voor geen goud wilde missen.')
27 september 1946: Naarden: Hohe Messe
28 maart 1947: Concert St. Nicolaaskerk
14 juli 1947: NCRV-radio: Kunst der Fuge
21 september 1947: Bachzaal: Das Musikalische Opfer
28 september 1947: Bachzaal: Cantate
6 februari 1948: Jacobi Kerk Utrecht: Mattheus Passion
11 februari 1948: Hilversum 1 23.00 uur: Violin Sonata Bach
12 februari 1948: Bachconcert Kleine Zaal Concertgebouw
19 februari 1948: Hilversum 2 20.15 uur: Violin Sonata Bach
25 februari 1948: Bachconcert Kleine Zaal Concertgebouw
1 maart 1948: Bachconcert Kleine Zaal Concertgebouw
23 maart 1948: Baarnsch Lyceum: Willem Andriessen: Bach
3 april 1948: Concert Museum Amstelkring: clavecimbel
22 september - 4 oktober 1948: Bachweek
27 september 1948: Oude Kerk Amsterdam: Orgelconcert Anton van der Horst.
2 oktober 1948: Stefan Askenase speelt Bach
21 november 1948: Bachconcert Concertgebouw

Deze lijst kan voor elk jaar aangevuld worden met nieuwe concerten.
Escher luisterde vooral naar Bach maar diens muziek inspireerde hem ook in zijn eigen werk. Hij heeft geprobeerd de composities van Bach grafisch weer te geven, maar dat heeft nooit tot een voor de kunstenaar geslaagd resultaat geleid. Wel heeft hij een animatie gemaakt voor Bachs eerste prelude (C groot) voor piano in de vorm van een flipboekje, onder de titel 'Aanschouwelijke weergave van de muziek in twee dimensies.' Zie ook het verhaal Escher en Bach, van conservator Dunja Hak, waarin ze meer vertelt over de grote liefde voor Bach. En dit verhaal over Eschers liefde voor muziek in het algemeen. En natuurlijk komen de al genoemde ritmiek, herhaling en symmetrie die zo in de muziek van Bach zit ook steeds terug bij Escher.
In februari 1938 maakte hij deze houtsnede voor 'De Nederlandsche Bachvereeniging' als omslag voor het programmaboekje van de uitvoering van de Matthäus Passion in Naarden.
De vereniging is in 1921 speciaal opgericht om uitvoeringen te geven van de Matthäus-Passion in de Grote Kerk (Sint-Vituskerk) in Naarden. In kleinere bezetting en bewust in een kerk, als tegenhanger van Willem Mengelbergs uitvoeringen in het Amsterdamse Concertgebouw. In Eschers ontwerp doorsnijdt het kruis van Jezus het kader waarin hij is gevat en de 'O' omcirkelt zijn gebogen hoofd.

Stilleven en straat

Maurits en Jetta hadden niet alleen een fantastische tijd tijdens hun reis over en rond de Middellandse Zee in het voorjaar van 1936, maar voor de kunstenaar was het avontuur ook een enorme bron van inspiratie. Om te betalen voor de reis had Escher aan de Italiaanse rederij Adria aangeboden van elke havenplaats een prent te maken en de rederij daarvan een paar afdrukken te geven. Adria kon die naar eigen behoeven gebruiken. Dat leidde tussen augustus 1936 en maart 1937 tot een hele serie nieuwe werken, waaronder de al eerder besproken Scheve Toren van Pisa, Catania en Patrijspoort.
Ook Stilleven en straat is gebaseerd op de reis. Dit begon met een tekening van een straatje in de kustplaats Savona, die hij op 10 juni maakte. Waar de andere werken uit deze periode nog vrij realistisch waren, vormt deze houtsnede (samen met Stilleven met spiegel) het begin van de Eschers zoektocht naar de optische illusie. Hij was al gewend om gelaagdheid in zijn landschappen en stadsgezichten aan te brengen, door de compositie op te bouwen met elementen die achter elkaar in het blikveld liggen. Maar in Stilleven en straat gebruikt hij de techniek om een schokeffect bij de kijker te creëren.
De tafel met voorwerpen op de voorgrond loopt direct door in het straatje erachter. De boeken lijken te leunen tegen de muren waardoor ze zowel in je hand passen als vele meters hoog zijn. Hij verzacht deze overgang van dichtbij tot veraf, zonder middenstuk, door dezelfde diagonale structuur voor de tafel en de straat te gebruiken. We zien geen overgang en voelen die dus ook niet. Escher gaat uit van een handeling die iedereen al zo vaak gedaan heeft; je kijkt op vanuit het boek of de krant waarin je leest en je werpt een blik in de verte. Je laat het beeld even op je inwerken en ineens realiseer je je; dit kan helemaal niet! Door zijn beeld zo realistisch mogelijk op te bouwen, lukt het Escher om zijn kijkers op het verkeerde been te zetten.
Stilleven en straat is een illustratie van Eschers groeiende verlangen naar het onmogelijke, het wonderlijke. Dat verlangen zou hem niet meer verlaten en leiden tot een serie meesterwerken die de wereld nog altijd doen verbazen.

Vogels verwelkomen de lente

Het weer wil nog niet echt meewerken maar het is toch echt zo: vandaag begint de Lente!
Bij het werk van Escher denk je dan al snel aan vogels. Hij heeft er honderden gemaakt. In zijn houtsnedes, houtgravures en soms ook in een litho. Soms alleen maar meestal in een groep. Maar nog vaker in een hele vlakvulling, waarbij talloze vogels zijn bladspiegel vullen.
Die regelmatige vlakvullingen met vogels zie je veel in zijn tekenschriften, waarin hij oefende op patronen, maar ook af toe in drukwerk. Zoals in deze houtgravure van april 1949. Hij had eerst een herhaalpatroon van zes in elkaar passende vogels gesneden. Drie witte en drie zwarte. In de grote vlakvulling herhaalde hij dit zesvogelpatroon weer zes keer, zodat er een vlakvulling van 36 vogels ontstaat. Dan stopt hij. Waar hij de bladspiegel in zijn schetsboeken helemaal voltekende, vindt hij het voor deze gedrukte vlakvulling genoeg om het patroon zes keer te drukken. Daardoor ontstaat er een mooie restvorm die uitnodigt om er als kijker zelf een oneindig aantal vogels bij te bedenken. Zoveel dat de lente nu toch echt wel mag komen!

Meer Escher vandaag

Klimmen en dalen

Op 18 maart 1960 legt Escher de laatste hand aan een van zijn meest iconische werken: de litho Klimmen en dalen. Het werk was het resultaat van een bijzondere ideeënuitwisseling tussen de graficus en de Britse wiskundige Roger Penrose. Die laatste had het werk van Escher ontdekt bij diens eenmanstentoonstelling…...
Lees meer

Albert Bosman en Bruno Ernst

Vandaag begint de Boekenweek, een mooie gelegenheid om eens aandacht te besteden aan een fenomeen dat je steeds minder ziet: ex-librissen. Escher heeft er meerdere gemaakt in zijn leven, meestal voor vrienden en bekenden. De eerste maakte hij al op 17-jarige leeftijd, voor zijn eigen bibliotheek. Dit exemplaar, uit 1946,…...
Lees meer

Hilversumse cultuurprijs, 1965

Op 5 maart 1965 ontving Escher de Hilversumse cultuurprijs. Ter gelegenheid daarvan hield hij een lezing waarin hij weer eens aantoonde hoe grappig hij kon zijn. Bij velen roept de naam Escher vooral het beeld op van die bebaarde, strenge en nauwkeurige man die in zijn atelier eenzaam zwoegt aan…...
Lees meer