Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Home

Escher vandaag

Hier haken we in op data uit het leven en werk van M.C. Escher, kriskras door de tijd maar toch actueel. Geniet het hele jaar door van achtergrondverhalen, anekdotes en weetjes over deze fascinerende kunstenaar.

Tentoonstelling in het Nederlands Historisch Instituut, 1934

Op 12 december 1934 werd er in Nederlands Historisch Instituut te Rome een tentoonstelling geopend met schilderijen en tekeningen van Otto B. de Kat en houtsnedes en litho's van M.C. Escher. De belangstelling bij de opening was enorm, ondanks de stromende regen. De grip van het fascisme op de Italiaanse samenleving werd steeds sterker en het leek alsof deze tentoonstelling door velen werd aangegrepen om daar tegenwicht aan te bieden. Zowel wereldlijke als kerkelijke autoriteiten waren aanwezig alsmede consuls, directeuren van buitenlandse instituten, museumdirecteuren, kunstenaars en kunstcritici. Nederlandse media besteedden er in ruime mate aandacht aan met publicaties in De Telegraaf, De Tijd, De Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Handelsblad. Alle Nederlandse kranten drukten reproducties van zijn werk af.
De Italiaanse Osservatore Romano wijdde er een groot artikel aan met over twee kolommen Eschers houtgravure Nachtelijk Rome: Kerkjes, Piazza Venezia. Escher maakte deze gravure in maart 1934. Een maand later zou Mussolini van het balkon van het Palazzo Venezia een enorme mensenmassa toespreken.

Geboorte Arthur Eduard Escher, 1928

Op 8 december 1928 werd Arthur Eduard Escher geboren, de tweede zoon van Maurits en Jetta. Arthur werd voorafgegaan door de in 1926 geboren George en in 1938 zou nakomertje Jan nog volgen. Het was een gecompliceerde bevalling en Jetta moest enige weken in het ziekenhuis blijven. Net als hij later voor Jan zou doen, maakte Escher een houtsnede ter gelegenheid van de geboorte. Ook maakte hij foto's van de zuigeling en zijn broertje.
Net als George 2,5 jaar eerder werd Arthur gedoopt door padre Constanzo. Op de doopfoto die Escher maakte houdt Jetta's moeder haar kleinzoon in de armen. Op de achtergrond zijn afdrukken van Eschers laatste houtsnede te zien: La Cathédrale Engloutie

Kathedraal van Doornik

Uit de serie nieuwe werken die nu op zaal is te zien na de laatste wissel kiezen we er nog een: een houtsnede uit augustus 1934 met daarop de kathedraal van Doornik. De zomer van dat jaar bracht het (toen nog in Rome wonende) gezin Escher door aan de West-Vlaamse kust. Met zijn broer Eddy en schoonzus Irma had Escher een huis gehuurd in het villadorp Sint-Idesbald. Het was een door duinen omgeven plek waar ook de schrijver Willem Elschot (1882-1960) zijn vakanties en zondagen in de zomer doorbracht. De vakantie bleek een voorbode op een langer verblijf in België: na twee jaar Zwitserland zou het gezin in de zomer van 1937 naar Ukkel (agglomeratie Brussel) verhuizen.
Tijdens hun vakantie in 1934 brachten Escher en Jetta een bezoek aan Gent, Brugge en Doornik. Van de kathedralen van Brugge en Doornik maakte Escher nog diezelfde vakantie een houtsnede. De kathedraal van Doornik beheerst in de gelijknamige houtsnede het beeld. De kenmerkende vijf Romaanse torens torenen boven de omliggende bebouwing uit. De houtsnede is ook historisch van belang omdat de door de Romeinen gestichte stad hier nog ongeschonden is. In mei 1940 zouden Duitse bombardementen vernietigend huishouden onder de vaak eeuwenoude gebouwen.

Dubbele planetoïde

Tussen 1948 en 1954 maakte Escher een reeks met planetoïden en sterren. Ze lijken allemaal uit dezelfde science-fictionwereld te komen, een wereld die op het eerste gezicht ver van de aardse en ernstige graficus staat. De reeks begon met de houtgravure Sterren, waarin twee kameleons opgesloten zitten in een stelsel van regelmatige achtvlakken. Dan volgen in 1949 de Dubbele Planetoïde en in 1954 de Viervlak-planetoïde
Twee prachtige werken waarin Escher een complete buitenaardse beschaving weet te scheppen. Met deze science-fictionwerelden onderzoekt hij hoe hij verschillende zwaartekrachten of perspectieven op een visueel geloofwaardige manier met elkaar kan verbinden. Door die zwaartekrachten in een buitenaardse omgeving te plaatsen, lijkt dit logischer, makkelijker voorstelbaar.
Over Dubbele Planetoïde schreef hij:

"Twee regelmatige viervlakken die elkaar doordringen, zweven als een planetoïde in de ruimte. De lichtgekleurde wordt bewoond door menselijke wezens die hun gebied volkomen getransformeerd hebben in een complex van huizen, bomen en wegen. Het donkere viervlak is natuurlijk gebleven, met rotsen waarop planten en prehistorische dieren leven. Beide lichamen vormen samen een geheel, maar zij kennen elkaar niet."

Escher maakte in deze serie het onbestaanbare op een volstrekt logische wijze aanvaardbaar en zichtbaar. Lees meer over dit en andere hemellichamen in het verhaal Zwaartekracht.

Sprinkhaan

We hebben deze week weer een wissel gehad. Een aantal werken is naar het depot gegaan en daarvoor in de plaats hangen een aantal andere prenten van Escher. Een van deze is Sprinkhaan, een houtgravure uit maart 1935. Daarop toont Escher in zeer fijn detail een exemplaar van dit gevleugelde insect met zijn krachtige achterpoten, facetogen, voelsprieten en gevouwen vleugels.
Net als bijvoorbeeld zijn mezzotint Kikkermummie, de houtgravures Scarabeeën en Libellula (Glazenmaker) en de litho Mier is dit een voorbeeld van een klein beestje waar Escher een vergrootglas op zet, alsof hij het op een voetstuk plaatst. In het geval van Sprinkhaan doet hij dit bijna letterlijk: het insect staat op een spiegelend oppervlak waarin de fijne details van de kop, het lijfje en de poten nog eens weerspiegeld worden. De sprinkhaan straalt iets onverzettelijks uit, waarmee hij zijn kleine postuur overstijgt.

De brief van Philips, 1950

Op 25 november 1950 schrijft ingenieur L.C. Kalff, de artistiek directeur van Philips, in een brief aan Escher het volgende:

"Waarde Escher,
Drie en dertig jaar geleden tekenden wij samen de studenten-almanak van Delft vol. Sindsdien mocht ik niet meer het genoegen te hebben met je samen te komen, maar ik volgde wel jouw Metamorphose van aspirant architect tot grafisch kunstenaar.
Ik kom thans bij je met een vraag die, naar ik hoop, je zal interesseren.
Wij moeten met grote spoed een soort museum en ontvangstruimte inrichten in het oude fabriekje van 1891 voor het 60-jarig jubileum van Philips dat in Mei 1951 gevierd zal worden."

Dit wordt het begin van een korte, maar hevige samenwerking die resulteert in een prachtig plafond van ruim 9 bij 8 meter. Het 'fabriekje' is de eerste lampenfabriek van Philips in het centrum van Eindhoven, die al in 1891 werd gebouwd. Na het jubileum werd het een tentoonstellingsruimte voor de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van licht die door Philips werden bedacht. Lees meer over het ontwerp en de geschiedenis van het plafond in dit verhaal van oud-conservator Micky Piller.

Kubische ruimteverdeling

Het onderzoeken van begrippen als oneindigheid en eeuwigheid in zijn werk zou je met een gerust hart een obsessie van Escher kunnen noemen. Op talloze manieren onderzocht hij hoe het vaste kader van zijn houtblok of lithosteen toch de suggestie van onbegrensdheid op kon roepen. Een van de manieren waarop hij dit deed was door met diepte en perspectief te spelen. Door te variëren met de dikte van lijnen, formaten van onderwerpen en voorgrond versus achtergrond bereikte hij in een aantal werken dat gevoel van de onbegrensde ruimte.
Een van die werken is de litho Kubische ruimteverdeling. Daarin verdelen drie assen van steeds een oneindige serie balken elkaar in in stukken van gelijke lengte. Elk zijn die stukken de ribbe van een open kubus. Op het punt waar ze elkaar kruisen zit steeds een dichte kubus die de verbinding versterkt. Op die manier is de ruimte gevuld met een oneindig aantal kubussen van gelijk formaat. In november 1952 onderzocht Escher in een serie tekeningen hoe hij dit ruimteconcept het beste uit kon werken.
Uiteindelijk kwam hij in december 1952 tot een litho. Geholpen door de mogelijkheden van de lithosteen kon hij hiermee nog extra dieptesuggestie bereiken, door het vervagen van lijnen.

Experimenten met vogels en vissen

Hoewel hij al vroeg in zijn carrière gefascineerd was door het principe van de regelmatige vlakverdeling dook Escher er in 1936 pas echt met volle kracht in. Toen begon een periode waarin hij talloze experimenten uitvoerde met manieren waarop een vlak gevuld kon worden met patronen van geometrische vormen. Dat deed hij in de vorm van tekeningen die hij maakte in schriften zodat hij grip kreeg op het onderzoeksproces.
In dat proces, en daar zit de grote kracht van M.C. Escher, wist hij die geometrische vormen om te zetten in herkenbare figuren. Aanvankelijk nog heel grof maar naarmate hij er meer bedreven in raakte werden de vissen, vogels, hagedissen, kevers, vlinders, paarden en andere dieren en vormen steeds verfijnder. De tekeningen waren een vorm van onderzoek maar hij haalde er ook ideeën uit voor nieuw werk of voor commerciële opdrachten. Ze hebben geen titels, alleen een nummer. In november 1950 maakte hij deze tekening, nummer 80. Het is een combinatie van nummers 73 en 74 waarin hij laat zien dat dezelfde vorm zowel een vogel als een vis kan zijn. De tekening vormt de basis voor zijn litho Predestinatie. Volgens de grote kenner van Eschers vlakvullingen Professor Dr. Doris Schattschneider is de ontdekking van de 17 systemen van Pólya, samen met een definitie van de Duitse Hoogleraar F. Haag uit 1923 , bepalend voor de ontwikkeling van de vlakvulling in het werk van M.C. Escher. Lees meer over deze connectie in dit verhaal van oud-conservator Micky Piller.

Lezing in Alkmaar, 1953

Op 16 november 1953 houdt Escher een lezing voor de 'Vrienden van het Stedelijk Museum' in Alkmaar, ter gelegenheid van een tentoonstelling van zijn werk. In die jaren lukt het Escher regelmatig om te exposeren in musea, in de kunsthandel en ook wel universitaire instituten. Vaak in gezelschap van twee of meer collega's uit de vereniging van Nederlandse Grafici. Meestal gaat dit vergezeld van een lezing over zijn eigen werk.
Hoewel hij in 1947 in een brief aan zijn vriend Bas Kist schreef geen groot spreker te zijn, ontpopte hij zich in de jaren daarna tot juist dat. Zijn lezingen trekken volle zalen en Escher blijkt zijn prenten zeer helder en boeiend toe te kunnen lichten. Hij heeft er zelf ook in toenemende mate plezier in. Deze lezingen gaan nooit voor de vuist weg. Hij bereidt ze zorgvuldig voor en schrijft ze grotendeels uit.
Bij de lezing in Alkmaar spreekt Escher onder andere over 'gevoelsmensen', 'begripsmensen' en 'onverschilligen'. Hij geeft voorbeelden van de beleving van de wereld door een lid van elke groep. Hij stelt dat begrip en gevoel meestal in elkaar overvloeien, en dat niemand tot slechts een van die twee groepen behoort. Ook is iedereen wel eens onverschillig,maar het gaat erom je daar weer aan te ontworstelen en terug te keren tot de staat van onbevangenheid waarmee een kind de wereld tegemoet treedt.

Voor dat  boeiende spel hebben wij de maan niet eens nodig. De aarde zelf, die machtige aardkloot, is voor onze fantasie al voldoende. Ik zie hem in mijn verbeelding soms zweven als een reusachtige sinaasappel, statig en stil door de zuivere leegte om hem heen. Ik zie hem langzaam wentelen, aan één zijde steeds gekoesterd door z'n moeder, de zon. Slierten en flarden van wolken omgeven hem en daartussendoor schemeren de glinsterende zeeën en de veelkleurige vastelanden, met hun dampige vlakten en besneeuwde bergtoppen. Het is een fantastisch schouwspel van louter schoonheid en vreugde.

Eerste commerciële stappen

Eind 1933 begon Escher voorzichtig de mogelijkheden af te tasten om zijn werk toe te passen op commerciële opdrachten. De eerste vorm waar hij aan dacht was het ontwerpen van inpakpapier. Dit hoopte hij te verkopen aan een paar grote warenhuizen: De Bijenkorf, Gerzon, Zingone en Korall. Met hun logo als motief maakte hij een aantal verschillende herhaalpatronen die op inpakpapier gedrukt zouden kunnen worden. Ook experimenteerde hij met de namen door ze op speelse manieren in elkaar te laten grijpen.
Alleen De Bijenkorf hapte toe en dat papier is ook gemaakt en gebruikt. In een brief aan jeugdvriend Bas Kist vraagt hij hem wat bestaand pakpapier van een ander warenhuis, Gerzon, te regelen omdat hij niet wist hoe het handelsmerk van dit sjieke modehuis eruit zag.

".. ik stel me voor dat Len (Bastiaans vrouw) of jij wel eens wat bij Gerzon koopen, zoodat je dan meteen gelegenheid zou hebben om aan mijn wensch te voldoen."