Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Knopen met Albert Flocon

In maart 1965 ontmoette Escher de Franse kunstenaar en professor Albert Flocon, docent aan de prestigieuze l’École des Beaux-Arts in Parijs. Flocon maakte vooral kopergravures en was net als Escher gefascineerd door het mysterie van het perspectief. Vooral het bolperspectief, een vorm die ook Escher meerdere malen heeft toegepast (denk aan Hand met spiegelende bol, Balkon, Drie bollen II, Druppel en Zelfportret in bolspiegel). Flocon hanteerde de Franse naam, La perspective curviligne (kromlijnig perspectief). Samen met collega André Barre publiceerde hij in 1967 een boek over dit bijzondere perspectief: La Perspective curviligne de l’espace visuel à l’image construite. In 1987 is het in de VS gepubliceerd onder de titel Curvilinear Perspective: From Visual Space to the Constructed Image.

De ontmoeting was voor Escher van grote betekenis. Flocon werd een soort ambassadeur voor zijn werk, net zoals Charles Alldredge dat was in de Verenigde Staten. De professor bemiddelde persoonlijk over de verkoop van prenten en een te organiseren Escher-tentoonstelling in Parijs. In oktober 1965 publiceerde Flocon een lang artikel (tien bladzijden) over Escher in het belangrijke maandblad Jardin des Arts: A la frontière de l’art graphique et des mathematiques: Maurits Cornelis Escher. Daarin vertelde hij over het leven van Escher en hij analyseerde diens prenten. Ook nam hij citaten op uit een gesprek met dat hij het de graficus had gevoerd*. Het artikel geeft een goede omschrijving van Eschers plaats in de kunstwereld. Vroegere Nederlandse kunstcritici kwamen nooit veel verder dan erop te wijzen dat Eschers werk (te) cerebraal was. Flocon gaf daaraan een positieve wending. Hij plaatste Escher in de rij der ‘denkende kunstenaars’, die als een rode draad door de kunstgeschiedenis loopt:

‘Il rejoint une lignée ancienne d’artistes, qui étaient en même temps des penseurs nets, comme Piero della Francesca, Vinci, Dürer, Jamnitzer, Bosse-Desargues, le Père Nicéron et tant d’autres, pour lesquels l’art de voir et de donner  voir s’accompagnait de la science des moyens à mettre en œuvre.’

Uit het artikel in Jardin des Arts, zie Hazeu, blz. 455

Albert Flocon en André Barre, La Perspective curviligne, Flammarion, Éditeur, Paris, 1968
Albert Flocon, Topographies. Lucien Scheler, Paris 1961,

De ontmoeting stimuleerde hem ook om weer aan het werk te gaan na een periode van veel ziekenhuisbezoeken en meerdere operaties. Het was een prent van Flocon in diens Topographics die de rechtstreekse inspiratie voor een nieuwe houtsnede zou vormen. In deze prachtuitgave vond Escher een gravure van een aantal knopen die hem intrigeerde.

Brief van M.C. Escher aan zijn vriend Gerd Arntz waarin hij vertelt over zijn ontmoeting met 'frère spirituel' Albert Flocon, 10 januari 1966.
De afbeelding van Flocon in Topographics

Als eerbewijs wilde Escher een van de figuren uitwerken in een prent. Dit bleek veel meer tijd en energie te vragen dan hij verwacht had. Aan George schreef hij daarover**:

‘Het is zo verbazingwekkend tijdrovend; de uren vliegen om, het idee in een hoofd wordt pas duidelijk na een reeks van schier ontelbare mislukkingen. Er is eigenlijk niets wat mij interesseert op het ogenblik, behalve dat denkbeeld, dat, eens ooit, een visueel waarneembaar beeld moet worden. Strikt genomen heb ik helemaal geen “recht” op het ontwerpen van wat nieuws. Ik ben net klaar met mijn achterstallige herdrukken, maar het is met de aandrang (inspiratie als je wil, maar dat is zulk een misbruikt woord) zo gesteld dat, als je te lang wacht en hunkert, het denkbeeld verslapt. Het contact in Parijs met Albert Flocon deed een vonk ontbranden, een lichtje dat weken lang bleef branden. Maar op een kwade dag merkte ik, dat het iets minder helder was in mijn gedachten, en toen dacht ik: nu of nooit en ik sneed de hele rotzooi van drukinkt en Japans papier in een hoek. Het is gewoon een KNOOP die ik wil maken, de klassieke, topologische, drievoudig gebogen knoop, “The Knot”, “Le Nœud”. Is het niet verwonderlijk, dat die simpele knoop, die zo eenvoudig lijkt en zo eenvoudig is, zò moeilijk blijkt te zijn, als je hem begint te tekenen?’

Gewoon een knoop dus, maar Escher bleef maar worstelen met een goede manier waarop hij die in een interessante, visuele vorm moest weergeven. De houtsnede Knopen toont letterlijk dit ‘leerproces’. Van rechtsboven (een dichte knoop, als een krakeling) via linksboven (een variant daarop, met een kruisvormig profiel) tot het eindresultaat (een rechthoekig hol profiel dat aan weerszijden is ingesneden zodat het op een tandwiel lijkt).
Ondanks deze lange zoektocht was hij niet tevreden met het eindresultaat, zoals hij George toevertrouwde***.

‘Mijn knoop is eindelijk helemaal af en een grote desillusie. Wat een tijdverprutserij heb ik daaraan verspild.’

Knopen vormen een krachtig symbool voor oneindigheid en de tijdloosheid. Dat zag Escher ook en ondanks het ‘mislukken’ van zijn prent was hij met het onderwerp zeker nog niet klaar. ‘Ik zit er nog steeds mee “in de knoop”‘ zei hij bij een lezing. Ruim een jaar later maakte hij met de houtsnede Levensweg III een nieuwe knoop. Beter geslaagd volgens hem maar nog steeds geen meesterwerk.

Bronvermelding

[*] [**] [***] Wim Hazeu, M.C. Escher, Een biografie, Meulenhoff, 1998, blz. 455-458

Meer Escher vandaag