Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Gespiegelde illusies

Over het algemeen geven spiegels een reflectie van de werkelijkheid, maar in de kunstwereld gelden andere wetten. Zeker in de wereld van Maurits Cornelis Escher. Daarin is niets wat het lijkt. Zijn prenten zijn direct herkenbaar, maar de man erachter was iemand die zich niet zo makkelijk liet kennen. Hij kijkt je aan in spiegelprenten als Hand met spiegelende bol of Drie bollen II. Vertrouwd, empathisch. Maar ook beheerst en wellicht zelfs wat spottend.

In zijn prenten schiep hij een wereld vol spiegelingen waarin hij zichzelf en zijn thema’s steeds tegenkwam en ook zijn objecten elkaar ontmoeten. Het was voor hem een heel belangrijk thema en deze spiegelingen komen op allerlei manieren terug. Soms heel direct, door gebruik te maken van een spiegel en omdat een prent nu eenmaal altijd een gespiegelde versie van het houtblok of de lithosteen is. Soms indirect, door de herhaling en reflectie die bij spiegels horen toe te passen. In zijn prenten zijn vaak vlakvullingen te zien met zich herhalende patronen, maar ook gespiegelde helften die over elkaar heen gelegd worden. Of bijna: de ene helft kan ook subtiel verschillen van de andere. Escher zag de wereld als een plek waarin orde en chaos om aandacht vechten en waarin de chaos het vaak wint. Orde scheppen in de chaos was voor hem een belangrijke drijfveer en spiegelingen waren daarbij een belangrijk en bruikbaar hulpmiddel.

M.C. Escher, Drie bollen II, litho, april 1946
M.C. Escher, Stilleven met bolspiegel, litho, november 1934

Albrecht Dürer, zelfportret, zilverstift tekening, 1484. Collectie: Albertina, Wenen
Jan van Eyck, Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, olieverf op eikenhouten paneel, 1434. Collectie: National Gallery, Londen

Van Escher wordt wel gezegd dat hij een eenmans-kunstbeweging was. Hij paste niet in gangbare kunststromingen en er waren vrijwel geen kunstenaars die zich met dezelfde thematiek bezighielden, maar in zijn fascinatie voor spiegels stond hij bepaald niet alleen. Al sinds de mens zichzelf en zijn wereld gereflecteerd zag in een glanzend oppervlak is hij door dat beeld gefascineerd. Aan het einde van de Middeleeuwen, met de opkomst van de zelfstandige ambachtelijke kunstenaar, raakte ook het gebruik van spiegels in zwang. Het zelfportret kwam op als een manier om jezelf als kunstenaar te profileren. Een spiegel was daarvoor heel handig. Die spiegel zelf werd echter zelden getoond. De kunstenaar kijkt de beschouwer veelal direct aan. Albrecht Dürer refereerde in een zelfportret uit 1484 aan de spiegel door op de tekening te schrijven dat hij het had gemaakt met hulp van een spiegel. Als een kunstenaar de spiegel wel laat zien dan roept het beeld diepere vragen op over het werk en wat het betekent om naar iemands omgekeerde afbeelding te kijken. Een geschilderde reflectie herinnert ons aan het kunstenaarschap van de schilder, zijn blik op de wereld en zijn macht om vorm te geven aan wat we zien. De Oostenrijkse schilder Johannes Gump toonde zichzelf terwijl hij werkt aan een zelfportret met behulp van een spiegel. Een driedubbel zelfportret dus. De Amerikaanse schilder en illustrator Norman Rockwell deed ruim 300 jaar later hetzelfde. Zelfportretten van Dürer, Rembrandt, Van Gogh en Picasso vergezellen hem, om de lange geschiedenis van de kunstvorm te illustreren.
Johannes Gumpp, Zelfportret, olieverf op doek, 1646. Collectie: Kunsthandel Peter Mühlbauer, Schloss Schönburg, Pöcking
Norman Rockwell, Triple Self-Portrait, 1960. Collectie: The Norman Rockwell Museum, Stockbridge, Massachusetts

Parmigianino, Zelfportret in een convexe spiegel, olieverf op paneel, 1524. Collectie: Kunsthistorisches Museum, Wenen
Clara Peeters, Gedekte tafel, olieverf op paneel, 1611. Collectie: Museo del Prado, Madrid

Krachtige voorbeelden van die vroege werken waarin spiegels een belangrijke rol spelen, zijn Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw (1434) door Jan van Eyck en Zelfportret in een convexe spiegel (1524) van Parmigianino. Bij Van Eyck vormt de spiegel een subtiel maar wezenlijk onderdeel van de voorstelling. Bij Parmigianino is het werk zelf eigenlijk een spiegel. De Vlaamse kunstenares Clara Peeters maakte vooral stillevens, maar ze gebruikte de spiegelende gekromde oppervlakken van doppen, deksels en bokalen vaak om een miniatuur zelfportret te laten zien. Kenmerkend voor deze drie voorbeelden is dat de spiegel convex is; de reflectie wordt aan de randen vervormd. De kunstenaar benadrukt daarmee dat het spiegelbeeld iets anders is dan het onderwerp dat gereflecteerd wordt. Het wordt een metafoor voor een andere wereld. Het was een manier van kijken die ook Escher mateloos fascineerde. Hij heeft meerdere zelfportretten met deze bolvormige spiegels gemaakt.

Caravaggio, Narcissus, olieverf op doek, 1597-1599. Collectie: Galleria Nazionale d'Arte Antica, Rome
Diego Velázquez, Las Meninas, olieverf op doek, 1656. Collectie: Museo del Prado, Madrid

De betekenis van spiegels in kunst wordt gekenmerkt door ambiguïteit. Laat die weerkaatsing de waarheid zien of een illusie? Toont het datgene dat normaliter juist verborgen is? Nodigt het spiegelbeeld uit tot zelfreflectie of is het een teken van oppervlakkigheid? Denk bijvoorbeeld aan Narcissus die zichzelf zag in het wateroppervlak en zich niet van dat beeld los kon maken. Een kunstenaar kan spelen met die dubbele betekenis door bijvoorbeeld te suggereren dat de reflectie de waarheid laat zien, waarmee hij de kijker een interpretatie op kan dringen. In de spiegel kan een personage te zien zijn dat de kijker anders niet zou zien. In Stilleven met bolspiegel van Escher zijn de krant, het boek en de simurgh (het Perzische fabeldier dat vaker opduikt in zijn prenten) tweemaal te zien, maar daarnaast toont de spiegel ook Escher zelf en de rest van zijn werkkamer. De weerkaatsing laat dus het verborgene zien. In Las Meninas (1656-1657) toont Diego Vélazquez de Spaanse koning en koningin alleen in de spiegel. Hun dochter en haar hofhouding staan centraal. De kunstenaar staat ook zelf prominent in beeld en hij kijkt de toeschouwer recht aan. Hij lijkt het koninklijk paar te schilderen, maar zeker is dat niet. Zijn doek is alleen van achteren te zien. Velazquez speelt met de relatie tussen de schilder en de toeschouwer, tussen werkelijkheid en illusie. Escher deed iets veel eenvoudigers, maar tegelijkertijd ingrijpender in Stilleven met spiegel. Het beeld is zo ‘gewoon’ dat de reflectie in de spiegel wel de waarheid zal vertellen, maar dat is dus niet zo. Door die ambiguïteit krijgt een werk waarin een spiegel een centrale rol speelt al snel een symbolische lading. De reflectie suggereert een diepere waarheid, een interpretatie die zich overigens vooral in het hoofd van de kijker afspeelt.

René Magritte, La reproduction interdite, olieverf op doek, 1937. Collectie: Museum Boijmans Van Beuningen
Paul Delvaux, Le miroir, olieverf op doek, 1936. Privécollectie

De Belgische surrealisten Paul Delvaux en René Magritte gebruikten spiegels om hun eigen thema’s te verduidelijken. Zo is het spiegelbeeld in Magrittes La réproduction interdite helemaal niet gespiegeld. De titel kan worden gelezen als “afbeelden verboden”, maar ook als “afbeelden onmogelijk”. Bij Le Miroir van Delvaux fungeert de spiegel als een allegorie: het spiegelbeeld geeft commentaar op de figuur die ervoor zit. De reflectie toont een verborgen wereld, net zoals in Eschers Stilleven met spiegel. Deze kunstenaars gebruiken hun beelden om te illustreren dat een schilderij of een prent juist geen weergave van de werkelijkheid is, een onderwerp dat ook typerend voor Escher is.

‘Vanitas’ is een kunstthema dat ook sterk verweven is met spiegels. Een vanitas-beeld gaat over de vergankelijkheid van het leven en de zekerheid van de dood. Vaak wordt daarvoor een schedel gebruikt, ook wel in combinatie met een spiegel. Een vrouw die naar zichzelf kijkt in een spiegel, vergezeld van haar aardse bezittingen of door ‘de dood’, is ook een veelgebruikte manier om dit te visualiseren. Samen geven ze commentaar op jong en oud, op leven en dood, en op de onontkoombaarheid van de tijd.

M.C. Escher, Oog (zevende en definitieve staat), mezzotint, oktober 1946
Jelle Korevaar, ... (Puntjepuntjepuntje), 2017

Ook Escher speelde met het vanitas-thema. In zijn prent Oog zie je in de pupil van een oog een doodshoofd gereflecteerd. Zijn oog staart je aan en in het centrum staat het symbool van de vergankelijkheid van het leven. Voor Escher had Vanitas echter niet meer de lading die het voor Middeleeuwse- en Renaissancekunstenaars had. Met een kleine ingreep geeft hij de kijker een zetje om na te denken over thema’s als dood, eeuwigheid, introspectie en reflectie. De hedendaagse kunstenaar Jelle Korevaar doet met … (Puntjepuntjepuntje) iets vergelijkbaars. Korevaar maakte een installatie waarin een schedel centraal staat. Een schedel die door een ingenieuze constructie eindeloos dikke olietranen huilt. De werken fungeren als spiegels waarin de kijker zijn eigen sterfelijkheid gereflecteerd ziet. Wat betekent het om mens te zijn, is er sprake van een ziel en wanneer eindigt een mensenleven? Bij Korevaar komen daar nog associaties bij over de menselijkheid van robots, onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, de mens als schepper en autonomie versus heteronomie. Neem je je lot in eigen hand of leg je het in dat van een ander? Zowel bij Korevaar als bij Escher is kunst een spiegel van de ziel.

Spiegeling en symmetrie spelen dus een grote rol in het oeuvre van Escher, maar hij gebruikt die principes ook met afwijkingen. De linkerhelft lijkt dan op de rechterhelft, maar wijkt op subtiele en soms ook duidelijke onderdelen af. Hieronder staan een aantal voorbeelden. Vergelijk de prent met een gespiegelde versie daarvan door de schuif heen en weer te bewegen.

Dag en nacht

M.C. Escher, Dag en nacht, houtsnede in zwart en grijs gedrukt van twee blokken, februari 1938

Ontmoeting

M.C. Escher, Ontmoeting, litho, mei 1944

Predestinatie (Verkeerde wereld)

M.C. Escher, Predestinatie (Verkeerde wereld), litho, januari 1951

Hol en bol

M.C. Escher, Hol en bol, litho, maart 1955

Meer Escher vandaag