Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Stilleven met spiegel

Herkent u dit? Je loopt door een vertrouwde winkelstraat en ineens gebeurt er iets in een etalage: in een flits zie je een spiegelbeeld dat je niet kent. Een variant op het vertrouwde en bekende beeld waardoor je dag op zijn kop wordt gezet. Want dit andere, die flits, blijft in de kop hangen als vraag: wat zag ik daar nu?

Dit laat Escher soms ook gebeuren. Hier bij ons kun je het al zien in de vroege prent Stilleven met spiegel, een litho uit 1934. Ach, denk je een kaptafel met zo’n houten spiegel, misschien kijk je nog wat langer naar de koperen kandelaar met kaars die technisch zo mooi is neergezet, je ziet wellicht nog dat de spiegel in de hoek door een doosje is vastgezet waardoor hij gekanteld blijft staan. Het glas met de tandenborstel, het hangende mandje en de kaart met heilige afbeelding die in de hoek is gestoken, je neemt het waar, maar bekijkt het niet echt goed. Bij ons in het museum sla je dan vrijwel meteen de hoek om naar de volgende zaal.

En toch blijft er wat hangen, wat knagen: er is, er was iets vreemds met dat werk…. Wat was het? Je loopt terug om toch nog eens goed te kijken. O, ja je ziet een straat in die spiegel, goh. En dan opeens valt het kwartje, daagt het licht: een STRAAT in DIE spiegel?? Die spiegel is toch gekanteld? Dan zou die straat daar boven in de hoek van de ruimte achter ons moeten zitten!!!

Escher verbindt in deze litho 2 verschillende ruimtes die eigenlijk niets met elkaar hebben te maken! Het knappe is dat hij het op zo’n verhullende manier doet dat je het dus niet direct opvalt, maar ergens blijft iets zeuren in het hoofd. Je zag dat er iets niet klopte, maar je nam het niet waar. Toch vroeg je je af: waar zit de visuele kink in de kabel? Wat is er anders?

Als je het dan ontdekt, verwonder je je, niet alleen over de slimme manier waarop Escher je voor het lapje houdt, maar ook over je eigen sufheid. Je zag niet meteen dat je met een optische illusie hebt te maken, terwijl je toch weet dat Escher hier zo vaak mee speelt. Je bent verbaasd over dit werk, verwonderd.. Een van de belangrijke punten waar Escher steeds op terugkomt, is juist verwondering. Hij wil dat zijn toeschouwers zich met hem verwonderen. Hij schrijft hier mooi over in 1959:

“Wie zich verwondert, geeft zich rekenschap van een wonder.”

Wat is er nu mooier dan zo maar op een dag, lopend door een museumzaal ook nog eens voor de gek te worden gehouden. Je hoofd krijgt lucht en je gedachten gaan met je aan de haal, want als de straat achter je hoog in de lucht kan zweven, wat kan je dan wel niet allemaal meer overkomen? Hij laat ons zien dat handen elkaar kunnen tekenen; dat je tegelijkertijd vanuit je raam op een jongetje neer kunt kijken dat in het trappenhuis met zijn moeder zit te praten, maar je net als zijn ongeduldige makkertje naar datzelfde jongetje en zijn moeder kijkt en wacht of hij nog met je komt spelen; dat mannen in kantelende trappenhuizen kunnen lopen en dat het beroemde water werkelijk omhoog lijkt te stromen.

M.C. Escher, Boven en Onder, litho, juli 1947

M.C. Escher, Relativiteit, houtsnede, juli 1953
M.C. Escher, Waterval, litho, oktober 1961

Escher legt in 1959 uit dat hij in iedere prent probeert:

“een bepaalde gedachtengang (spelling Escher) duidelijk te maken. De ideeën die eraan ten grondslag liggen, getuigen veelal van mijn verwondering over en mijn bewondering voor wetmatigheden die de ruimte om ons heen bevat.”

straatje in Villalago anno 2004, foto Ingrid van de Kamp
traatje in Villalago, gespiegeld en gedraaid

In Stilleven met spiegel zie je een eerste geslaagde poging om op deze ‘stiekeme’ manier twee ruimtes te combineren die niet bij elkaar passen. Hij combineert een verre buitenwereld, een straat uit het kleine stadje Villalago in de Abruzzen, met een klassiek stilleven.

Iets minder extreem gebeurt hetzelfde in de houtsnede Stilleven en straat uit 1937. Hierin verbindt Escher de voorgrond direct met de achtergrond. Ook dit is een optische truc, maar geen illusie. Door de asbak met de pijp en het kaartspel zo prominent in de voorgrond te zetten, krijg je het gevoel dat dit dichtbij is. Vervolgens kijk je omhoog en zie je meteen de bocht aan het einde van het kleine straatje.

Die bocht wekt nieuwsgierigheid op. Je krijgt het gevoel daar naar dat lichte deel, daar wil ik snel naar toe. Je kijkt als het ware niet meer rustig en langzaam het straatje af. Dat doe je pas in tweede instantie, maar dan heb je het besef van die verre bocht al gekregen.

Een van de mooiste optische illusies is de houtgravure Draak uit 1952. Hierin laat Escher ongelofelijk slim het probleem van een 3d-voorstelling op een plat vlak zien.

Eerst weer een citaat van Escher uit hetzelfde boekje van 1959.

“Onze driedimensionale ruimte is de enige realiteit die wij kennen. Het tweedimensionale is even fictief als het vier-dimensionale, want niets is vlak, ook de fijnst geslepen spiegel niet. Maar al houden we ons aan de afspraak dat een wand of een stuk papier plat is, dan nog blijft het verwonderlijk dat wij, als de gewoonste zaak van de wereld en sinds onheuglijke tijden, op zo’n vlak illusies van ruimtelijkheid geven. Is het soms niet ongerijmd om enkele lijnen te tekenen en dan te zeggen dit is een huis?”

Eerst eens de simpele vraag: wat is een prent? Een prent is een heel stuk dun papier waarop in het geval van Escher met inkt een voorstelling wordt gedrukt. In het geval van Draak smeert hij inkt op een voorstelling die hij in een plat stuk hout heeft gesneden over en drukt hij die inkt in dat dunne papier.

M.C. Escher is een groot vakman, dus hij kan ons het gevoel geven dat we de bocht van de hals en het lijf van de draak kunnen voelen. Hier krijgt het platte vlak door zijn meesterschap optisch drie dimensies. Om het echter nog ingewikkelder te maken, laat Escher de draak zijn kop door zijn eigen vleugel steken en zijn staart door het eigen lijf. Daar waar kop en staart door het beest heen steken, geeft hij die plekken het aanzien van dik papier waardoor opeens de derde dimensie op een volledig onverwachte manier wordt benadrukt!

Ik denk dat Escher verrukt zou zijn geweest van dit digitale tijdperk, de grapjes tussen de verschillende werelden die nu mogelijk zijn, zouden hem fascineren. Aan de andere kant denk ik soms dat het heel prettig is dat M.C. Escher niet in deze tijd leeft en werkt. Het is vaak al zo spannend zijn stilstaande werelden in je hoofd tot rust te brengen. Stel eens voor wat er zou gebeuren als hij ook nog eens de virtuele wereld in beweging had gezet!

Alle citaten komen uit:

De heruitgave 2006 door Taschen GMBH van “M.C.Escher Grafiek en Tekeningen, ingeleid en toegelicht door de graficus”, indertijd uitgegeven door Koninklijke uitgeverij J.J.Tijl NV Zwolle; 1959,

Meer verhalen over Escher