Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Da Vinci en Escher

Vanaf vandaag is Leonardo da Vinci te zien in het Teylers museum in Haarlem. Het is het eerste grote overzicht ooit van originele kunstwerken van Renaissance-kunstenaar Leonardo da Vinci (1452-1519) in Nederland. Teylers toont 33 tekeningen van de meester en evenveel werken van tijdgenoten. Da Vinci kon niet alleen prachtig tekenen en schilderen, hij is ook wereldberoemd door zijn uitvindingen van vliegmachines en militair geschut. Hij zag kunst en wetenschap niet als losse ‘werelden’. Voor hem hadden ze alles met elkaar te maken. Op dat raakvlak vinden Da Vinci en Escher elkaar. Beiden zijn eerst en vooral uitstekende waarnemers. Ze kijken met een logische, geordende blik naar de wereld en weten die waarnemingen en de gedachten die ze daarbij krijgen ook uitstekend op papier te krijgen. Dat tekenen en noteren deden ze beiden met hun linkerhand. Ook zijn beiden onderdeel van de populaire cultuur geworden door een of enkele werken (denk aan de Mona Lisa en de Vitruviusman en aan Relativiteit en Dag en Nacht), waarbij het maar vraag is of mensen weten wie de makers zijn.


Leonardo da Vinci tekende de illustraties van de regelmatig veelvlakken in het eerste deel van de Divina proportione van Luca Pacioli (1509). Zijn tekeningen zijn waarschijnlijk de eerste illustraties van de (zijden van) veelvlakken waarbij het onderscheid tussen de voor- en achterkant gemakkelijk te maken is.
Volgens de Nederlandse wiskundige Rinus Roelofs maakt hij echter een fout in de voorstelling van deze romboëdrische kuboctaëder met puntvormige uitsteeksels: de onderste piramide moet een driehoekig in plaats van vierkant grondvlak hebben. *


Al sinds de jaren 30 bezat Escher de geschriften van Leonardo da Vinci, opgetekend in betrekkelijk moeilijk Italiaans. In een brief aan zoon Arthur van november 1956 schreef hij dat hij ze weer was gaan herlezen. Hij begon te geloven dat hij voor dergelijke boeken tot nu toe:

“te jong en te weinig contemplatief was, want ik heb er vroeger nooit zoveel plezier aan beleefd als ik er nu in vind. Wat had die man omstreeks het jaar 1500 al een goede kijken op allerlei geologische kwesties, bijvoorbeeld op de betekenis en herkomst van fossielen! Zijn zogenaamde filosofische stukjes zijn zo mogelijk, nog onderhoudender. Allegorische verhaaltjes waarin hij allerlei dieren op een kostelijke wijze beschrijft.”

Zijn grote voorbeeld bestudeerde en beschreef met veel plezier en zeer nauwkeurig het gedrag van vogels. Iets dat hij zelf ook altijd had gedaan. Escher las alles wat maar van Da Vinci was gepubliceerd, ook diens korte aantekeningen:

“Als je die leest, is het net of hij naast je zit en of je hem hoort praten. Als eenzame wijze en melancholieke grootheid in het 15e eeuwse Italië. ‘La luna densa e grave, come sta, la luna?‘ Dat is nou bijvoorbeeld zo’n half weemoedige, half gekscherende vraag, die hij zo maar, zonder meer, ergens in zijn opschrijfboekjes zette en die mij uitermate treft. Omdat ik er, misschien terecht, misschien ten onrechte, dezelfde stomme verwondering in meen op te merken, die mij bevangt als ik naar de maan kijk. ‘Densa‘ is, denk ik, het beste te vertalen met compact en ‘grave‘ is meer zwaar dan ernstig. “

Van wat er òver Da Vinci was gepubliceerd, moest hij minder hebben:

“De kletspartijen over grote figuren als met name over Da Vinci vind ik in de hinderlijk omdat men altijd solt met de zogenaamde bedoelingen van geniën die al zo lang dood zijn. Dat is allemaal volkomen oncontroleerbaar. Ik sta trouwens altijd argwanend tegenover psycho-analytische pogingen omtrent kunstwerken.”

Escher had genoeg aan de aantekeningen van Da Vinci zelf, aan de boekjes die Da Vinci altijd bij zich droeg en waarin hij, tussen de schetsen door, alles opschreef wat hem van belang leek. Tot aan de lijstjes met financiële uitgaven toe. Dat maken van dergelijke lijstjes had Escher onbewust nagevolgd. Zijn agenda’s staan er vol mee.

Maar er was meer: Leonardo’s fascinatie voor spiegels, voor mathematische oplossingen, voor het notenschrift, dat de uitbeelding van onzichtbare dingen is, voor licht en donker, voor astronomie en hemellichamen:

“Om de aard van de planeten te zien, open het dak en breng het beeld van een enkele planeet terug naar de basis van een concave spiegel. Het beeld van de planeet dat door de basis weerspiegelt wordt, zal het oppervlak van een planeet veel groter laten zien.”

Dan waren er Da Vinci’s studies van de beweging van water en de vergelijking van de golven op het wateroppervlak met de stralen van de zon, van de vijf regelmatige, door Plato gedefinieerde lichamen (het vier-, zes-, acht-, twaalf- en twintigvlak, alsmede hun afgeleiden), over geologie en fossielen.

Schreef Da Vinci niet over wat hijzelf zoveel eeuwen later voelde? Over de gedachte dat je nimmer de gedroomde perfectie kunt bereiken. Over de waarneming met het oog, die een van de snelste handelingen is die er bestaan. In één moment ontvangt het oog een oneindig aantal indrukken en toch merkt het maar één onderwerp tegelijk op. Een principe waarop hij zelf sommige van zijn misleidingen stoelde.

Het moet voor Escher een prettig gevoel zijn geweest dat ook voor Da Vinci algebra een duister terrein bleef, maar dat hij wel plezier beleefde geometrische spelletjes. Da Vinci, die van bergbeklimmen en zeereizen hield, die een hartstochtelijk lezer was van de Divina Commedia en grote belangstelling had voor de sterrenkunde, gaf Escher het gevoel dat hij in een artistieke traditie stond. En had Da Vinci niet geschreven dat de leerling middelmatig is, wanneer hij zijn meester niet overtreft? Escher had De Mesquita overtroffen.

* Kijk hier voor een toelichting op de ‘fout’ van Da Vinci en de gecorrigeerde versie van Rinus Roelofs.

Meer Escher vandaag