Wat is een schouw?
Schouwen of schoorsteenmantels waren vroeger voornamelijk bedoeld als omlijsting van de stookplaats die, natuurlijk, essentieel was in de tijd dat men nog geen centrale verwarming had. Deze bestond verder uit een rookkanaal achter een boezem - het gedeelte boven de stookplaats dat de rook opvangt en naar het rookkanaal leidt - die tot het plafond was doorgetrokken. De rook verliet het huis uiteindelijk via de schoorsteen op het dak. Schouw en boezem waren bij voorname huizen, zoals het stadspaleis van Emma, altijd onderdeel van het interieur. Ook toen er niet meer gestookt werd met een open vuur, maar met turf-, kolen- en later gaskachels die ook zonder omlijsting konden, bleven schouwen een prominent onderdeel van de kamers. Dat kwam onder andere doordat de bovenbladen van schouwen vanaf het einde van de achttiende eeuw volstonden met uurwerken, vazen, bloemstukken en andere gebruiksvoorwerpen. Een schouw was dus niet alleen een bron van warmte en licht, maar ook een plek waar het leven samen kwam.
Verspreid over het gehele paleis bevinden zich meer dan twintig schouwen, waarvan het grootste gedeelte toegankelijk is voor bezoekers. De schouwen zijn bekeken als onderdeel van een groter onderzoek naar natuursteengebruik én naar schouwen in Nederland. Dit meerjarige onderzoek moet uiteindelijk tot verschillende lezingen, publicaties en een database leiden. Het onderzoek is nog in volle gang maar desondanks kunnen er voorlopige conclusies worden getrokken over de schouwen in Escher in Het Paleis.
Opvallende voorbeelden
Enkele categorieën schouwen springen er extra uit, bijvoorbeeld vanwege het materiaal of de kwaliteit. De eerste groep bestaat uit een aantal schouwen die afkomstig zijn uit Huis Fagel aan het Noordeinde. Deze schouwen zijn terug te voeren naar de ontwerpen van Daniel Marot, een bekende interieurontwerper die óók aan het Noordeinde woonde en veel Franse stijlelementen in Nederland introduceerde. De schouwpartijen die hij ontwierp bestonden meestal uit een rechthoekige, sober omlijste stookopening met daarboven een spiegel of een geschilderd schouwstuk. Bij het uitbreken van de schouwen uit Huis Fagel en de verplaatsing naar Paleis Lange Voorhout is de context verloren gegaan. De schouwen vormden oorspronkelijk een onderdeel van een totaalontwerp, inclusief de kleur van de ruimte, maar mede door het verdwijnen van spiegels en schilderijen was het onderling verband al verloren gegaan. Evengoed zijn verschillende schouwen nog steeds interessant, zoals de drie rechthoekige schouwen in de kamers aan de voorzijde van de tweede verdieping van het paleis die er qua materiaalkeuze uit springen: ze zijn van Duits Lahn-, Italiaans Rosso Levanto- en Frans Tretsmarmer. Deze stenen werden destijds niet of nauwelijks in Nederland toegepast, wat de vraag oproept wie ze eigenlijk gekozen heeft - de opdrachtgever of de ontwerper - en hoe ze hierheen gekomen zijn - in beginsel over zee, maar als bouwpakket van een schouw of in de vorm van blokken?