Deze website gebruikt cookies

Wij maken op deze website gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om bezoek te analyseren en om je relevante boodschappen te tonen op social media. Door op 'Alles accepteren' te klikken geef je toestemming voor de plaatsing ervan en het verwerken van op deze wijze verkregen persoonsgegevens, zoals in ons privacy- & cookiestatement wordt vermeld.

Onze privacy- & cookiestatement:

Perspectiefperfectie in Boven en onder
20 mei 2026

Perspectiefperfectie in Boven en onder

Al bij vroege prenten als Toren van Babel (1928) en Sint Pieter van binnen (1935) is Eschers fascinatie over de mogelijkheden van het perspectief te herkennen. Hij heeft de regels van het klassieke perspectief daarin consistent toegepast, al zoekt hij wel een extreem standpunt op om het onderwerp vast te leggen. Later gaat hij meer experimenteren en gebruikt hij de regels om kijkers op het verkeerde been te zetten. Denk aan prenten als Andere wereld (1947) en Relativiteit (1953).

In deze voorbeelden zijn de perspectieflijnen recht, maar Escher realiseerde zich dat een gebogen lijn eigenlijk meer overeenkomt met wat onze ogen zien. Die zijn namelijk altijd in beweging en een gebogen perspectief is de beste manier om dit op papier te visualiseren. Het briljante van Escher is dat hij dit inzicht gebruikt op een manier die niemand anders doet. De prent Boven en onder is het meeste geslaagde voorbeeld daarvan.

<p>M.C. Escher, <em>Andere wereld</em>, houtsnede en houtgravure in zwart, roodbruin en groen, gedrukt van drie blokken, januari 1947</p>

M.C. Escher, Andere wereld, houtsnede en houtgravure in zwart, roodbruin en groen, gedrukt van drie blokken, januari 1947

<p>M.C. Escher, Relativiteit, litho, juli 1953</p>

M.C. Escher, Relativiteit, litho, juli 1953

<p>M.C. Escher, Boven en onder, litho, juli 1947</p>

M.C. Escher, Boven en onder, litho, juli 1947

Opvallend in deze architectonische fantasie zijn de afwisselende stenen in de bogen, een detail dat sterk doet denken aan de karakteristieke boogconstructies van de Mezquita in Córdoba. Daar creëren de rode en witte boogstenen een ritmisch patroon dat de bogen optisch lichter maakt en de ruimte diepte geeft. Die dynamiek keert subtiel terug in Eschers architectonische spel. Ook in andere prenten van Escher komen ronde ('Romaanse') doorgangen en ramen terug, zoals Dubbele Planetoïde (1949), Trappenhuis (1951), RelativiteitHol en bol (1955) en Andere wereld. Bij deze werken, alsook bij Boven en onder, spelen trappen een belangrijke rol. De bron daarvan is terug te voeren naar Eschers middelbareschooltijd in Arnhem. Hij ging van 1912 tot 1918 naar de HBS in de Schoolstraat. In het trappenhuis in het centrale deel van het schoolgebouw uit 1905 zijn veel elementen terug te zien die in al deze prenten terugkomen.

<p>Impressie Trappenhuis HBS Arnhem 1913. Foto: Studio Gerrit Schreurs, 2014</p>

Impressie Trappenhuis HBS Arnhem 1913. Foto: Studio Gerrit Schreurs, 2014

<p>De Mezquita in Córdoba</p>

De Mezquita in Córdoba

Hoewel hij geen warme herinneringen had aan zijn HBS-jaren maakte hij in 1947 een herdenkingsplaquette voor de school, ter herinnering aan de oorlogsslachtoffers die onder de leerlingen en oud-leerlingen waren gevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bewijs is er niet maar het is aannemelijk dat Escher in die periode ook in de school is geweest. Bij dat bezoek zag hij de opvallende ramen en doorgangen en het bijzondere trappenhuis weer terug en dat moet iets in hem losgemaakt hebben. Direct al, want Andere wereld stamt uit januari 1947. Boven en onder volgde in juli en daarbij ging hij nog een stapje verder in zijn perspectiefreis.

<p>M.C. Escher, voorstudie voor Boven en onder, potlood op papier, 1947. Bron: Christie's veiling #24220 (8-22 juli 2025)</p>

M.C. Escher, voorstudie voor Boven en onder, potlood op papier, 1947. Bron: Christie's veiling #24220 (8-22 juli 2025)

<p>M.C. Escher, voorstudie voor Boven en onder, potlood op papier, 1947. Bron: Christie's veiling #24220 (8-22 juli 2025)</p>

M.C. Escher, voorstudie voor Boven en onder, potlood op papier, 1947. Bron: Christie's veiling #24220 (8-22 juli 2025)

Dat wil niet zeggen dat het een eenvoudige klus was om het gebogen perspectief op een slimme manier in te zetten. Daarvoor was eerst een tussenstap nodig: Escher maakte twee studies in potlood waarin hij rechte perspectieflijnen gebruikt om een onmogelijk beeld te creëren. In die studies combineert hij het verdwijnpunt direct onder je (het nadir, een extreem vogelperspectief) of het punt recht boven je (het zenith, extreem kikkerperspectief) met een rechte blik vooruit. Het zijn eigenlijk varianten op Andere wereld. In het midden raken de perspectieven elkaar, waardoor het beeld onmogelijk wordt. In een derde studie combineert hij twee verschillende gebouwen waarin het onmogelijke punt in het midden een straatje is of (afhankelijk van je standpunt) de lucht. In deze derde studie (in particulier bezit) introduceert hij de gebogen perspectieflijnen. Daarmee wordt de overgang van perspectief recht vooruit naar het nadir of het zenith veel vloeiender en gaan je ogen geloven dat dit echt zou kunnen bestaan.

Hij realiseerde zich echter dat het logischer was om er één gebouw van te maken dat vanuit twee verschillende standpunten beleefd wordt. De tweede geniale ingeving was om het centrale punt twee functies tegelijk te laten vervullen: plafond én vloer. In de uiteindelijke prent Boven en onder komen het nadir en het zenith samen in één en hetzelfde gebouw, waarbij ze beiden ook nog eens dubbel voorkomen. Door de gebogen perspectieflijnen kan hij elementen - zoals ramen, zuilen of een trap - herhalen zonder in herhaling te vallen: hetzelfde element ziet er vanuit het nadir heel anders uit dan vanuit het zenith.

Escher doet dit zo ingenieus dat het pas in tweede instantie opvalt dat het eindbeeld onmogelijk is. De beste manier om dit te illustreren is door de bovenste of onderste helft van het werk af te dekken. Je ziet dan een toren met ramen, een balkon en een trap. Op de trap zit een jongen die naar een meisje in het raam boven zich kijkt. Ondanks het extreme perspectief is dit een beeld dat je ogen prima kunnen volgen, al wordt je blik wel sterk naar boven of juist sterk naar beneden getrokken. Afhankelijk van je keuze welke helft is afgedekt, verdwijnen alle perspectieflijnen in een tegelvloer (het nadir) of een tegelplafond (het zenith). Haal nu het papier weg en realiseer je dat de tegels driemaal voor komen; beneden als vloer, boven als plafond en in het centrum als plafond én als vloer. Daartussenin toont Escher het tafereel twee keer. Omdat hij dat twee keer vanuit een ander perspectief doet, verschillen boven en onder echter compleet van elkaar. Toch weet hij er een logisch beeld van te maken. Al vinden je ogen nooit echt rust in deze meesterlijke prent.

Erik Kersten

Erik Kersten

Marketing en communicatie

Deel: