Deze website gebruikt cookies

Wij maken op deze website gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om bezoek te analyseren en om je relevante boodschappen te tonen op social media. Door op 'Alles accepteren' te klikken geef je toestemming voor de plaatsing ervan en het verwerken van op deze wijze verkregen persoonsgegevens, zoals in ons privacy- & cookiestatement wordt vermeld.

Onze privacy- & cookiestatement:

Vormen die spreken
22 augustus 2026

Vormen die spreken

Het werk van M.C. Escher is wereldberoemd. Met name zijn optische illusies, zoals Belvédère (1958) en Klimmen en dalen (1960). Wat Eschers werk echter ook definieert, zijn de vele vlakvullingen die hij ontwerpt: patronen die het platte vlak volledig bedekken zonder overlap of lege ruimtes. Escher begint al vroeg in zijn carrière met het maken van patronen, een voorbeeld hiervan is Acht koppen (1922). Inspiratie vindt hij op verschillende plekken, maar vooral op zijn reizen ontdekt hij onderwerpen voor zijn kunst. Voorbeelden hiervan zijn zijn Italiaanse landschappen of de prenten van het interieur van de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Ook reist Escher naar Andalusië, waar hij de architectonische complexen van het Alhambra en de Mezquita bezoekt. Dit doet hij voor het eerst in 1922 en daarna nog een keer in 1936. Na zijn tweede bezoek, dat hij samen met Jetta brengt, komt zijn fascinatie voor patronen echt van de grond. De geometrische vormen die hij ziet in de vele mozaïeken, houtsnijwerken en reliëfs in stuc blijken een eindeloze bron van inspiratie.  

Wat zijn het Alhambra en de Mezquita?

Het Alhambra en de Mezquita zijn voorbeelden van Spaans-Islamitische architectuur in Andalusië, ontstaan uit de historische moslimgemeenschappen die in de regio woonden. Steden als Córdoba en Toledo waren belangrijke centra voor wetenschapsgebieden als geneeskunde en wiskunde, waardoor Zuid-Spanje een essentieel gebied werd waar verschillende culturen met elkaar in contact kwamen.   

De Mezquita (ook wel De Grote Moskee genoemd) in Córdoba werd gebouwd door Syrische migranten, naar voorbeeld van de Omajjadenmoskee in Damascus. De Mezquita is net als diens evenknie snel te herkennen aan de dubbele rij hoefijzerbogen van rode en witte stenen. Ook voor Escher vormden deze bogen een directe inspiratiebron. Na het zien van het ‘zuilenwoud’ van de Mezquita maakte hij zijn eigen versie. Voor deze tekening voegde hij verschillende perspectieven samen, waardoor de zuilen oneindig lijken door te lopen. Wanneer je de Mezquita bezoekt, zal je erachter komen dat het standpunt waaruit hij zijn tekening maakte, niet bestaat.  

Het Alhambra in Granada is het enige grote islamitische paleis in Andalusië dat bewaard is gebleven. Het complex kenmerkt zich door de ingetogen architectuur aan de buitenkant van het gebouw en de rijkversierde interieurs daarbinnen. De wanden en plafonds zijn volledig bedekt met gedetailleerde mozaïeken, kalligrafie in stuc-reliëfs en houtsnijwerk.*

<p>M.C. Escher, La Mezquita, Córdoba, zwart en wit krijt, 1936</p>

M.C. Escher, La Mezquita, Córdoba, zwart en wit krijt, 1936

<p>Het 'zuilenwoud’ van de Mezquita in Córdoba</p>

Het 'zuilenwoud’ van de Mezquita in Córdoba

<p>M.C. Escher bij het Alhambra, 26 mei 1936</p>

M.C. Escher bij het Alhambra, 26 mei 1936

<p>Pepe Navarro. Met dank aan Archivo de la Alhambra y Generalife&nbsp;</p>

Pepe Navarro. Met dank aan Archivo de la Alhambra y Generalife 

Tijdens zijn eerste bezoek tekent Escher aandachtig een tegelmotief na, dat hij in het Alhambra zag. Op deze manier kon hij de techniek achter dergelijke patronen later rustig bestuderen.** Het tweede bezoek aan Granada was een uitstapje van drie dagen samen met Jetta. Ze tekenen beiden uitvoerig terwijl ze in het Alhambra en de Mezquita zijn.

In de publicatie Visions of Symmetry bestudeert de Amerikaanse wiskundige Doris Schattschneider de oorsprong van de beroemde vlakvullingen van Escher. Ook legt ze uit hoe hij die gebruikt. Het geeft een helder overzicht van wanneer hij welke tekening heeft gemaakt. Hierdoor is Eschers gedachtegang bijna te volgen en wordt begrijpelijk wat hem zo aangreep terwijl hij door de Spaans-Islamitische bouwwerken in het zuiden van Spanje liep.***

<p>M.C. Escher, Wandmozaïek in het Alhambra, tekening, 20 oktober 1922</p>

M.C. Escher, Wandmozaïek in het Alhambra, tekening, 20 oktober 1922

Als gevolg van zijn bezoeken aan het Alhambra en de Mezquita vertoont het werk van Escher duidelijke overeenkomsten met islamitische geometrische kunst. Binnen deze tradities worden met eenvoudige geometrische vormen zeer complexe abstracte patronen opgebouwd, vaak met bloemen- en plantmotieven. Voor zijn vlakvullingen maakt Escher gebruik van symmetriesystemen die al eeuwenlang een centrale rol spelen binnen de islamitische geometrie. Wiskundige kennis is daarbij niet per se noodzakelijk. Zoals Eric Broug laat zien in zijn publicaties over islamitische geometrische patronen, zijn een passer en een liniaal voldoende om zelf patronen te construeren. Hij laat stap voor stap zien hoe dergelijke ontwerpen kunnen worden opgebouwd uit eenvoudige geometrische basisvormen.****

Escher bespreekt zijn fascinatie met deze patronen ook met zijn halfbroer Berend, hoogleraar geologie, mineralogie, paleontologie en kristallografie aan de Universiteit van Leiden. Berend raadt hem aan het Zeitschrift für Krystallographie und Mineralogie (opgericht in 1877) te bestuderen. Hoewel de stof in het vaktijdschrift te theoretisch en te moeilijk voor Escher blijkt, is er één artikel dat hem wel intrigeert: Über die Analogie der Kristallsymmetrie in der Ebene (1924) van de Hongaarse, in Zurich wonende professor George Pólya. In dit artikel beschrijft Pólya wat een vlakvulling is, een definitie die Escher vervolgens in zijn schrift overneemt. Ook kopieert Escher de illustraties waarmee Pólya de verschillende systemen voor het maken van vlakvullingen toelicht.*****

<p>De 17 verschillende systemen van George Pólya</p>

De 17 verschillende systemen van George Pólya

Geïnspireerd door de Spaans-Islamitische geometrie en de systemen van Pólya, geeft Escher een eigen uitwerking aan de vlakvullingen die hij in Andalusië kopieert. Hij kiest voor vormen met levende wezens. Een jaar na zijn bezoek aan het Alhambra en de Mezquita maakt hij drie prenten waarin vlakvullingen centraal staan. Deze overstijgen zijn eerdere experimenten met patronen door op zoek te gaan naar de grenzen van optische verbeelding en illusie. Een voorbeeld is Ontwikkeling I (1937) waarbij hij uitgaat van Regelmatige vlakvulling, nr.14 [Reptiel] (1937).

<p>M.C. Escher, Regelmatige vlakvulling, nr.14 [Reptiel], Oost-Indische inkt, potlood, waterverf, november 1937</p>

M.C. Escher, Regelmatige vlakvulling, nr.14 [Reptiel], Oost-Indische inkt, potlood, waterverf, november 1937

<p>M.C. Escher, Ontwikkeling I, houtsnede, november 1937</p>

M.C. Escher, Ontwikkeling I, houtsnede, november 1937

Ook Eschers latere, wereldberoemde prent Reptielen (1943) is duidelijk gebaseerd op een vlakvullingstekening. In de prent kruipen reptielen als driedimensionale wezens uit het tweedimensionale patroon en bewegen zich over het bureau. Na een rondje te hebben gelopen, keren ze terug naar het platte vlak waaruit ze zijn voortgekomen. Hiermee verbeeldt Escher een voortdurende kringloop. Het ogenschijnlijk grenzeloze patroon van de vlakvulling krijgt zo een extra dimensie: een eindeloze cyclus waarin de reptielen steeds opnieuw uit de vlakvulling tevoorschijn komen en er weer in verdwijnen.

<p>Regelmatige vlakverdeling met hagedissen, nr. 25, waterverf en potlood op papier, januari 1939</p>

Regelmatige vlakverdeling met hagedissen, nr. 25, waterverf en potlood op papier, januari 1939

<p>M.C. Escher, Reptielen, litho, maart 1943</p>

M.C. Escher, Reptielen, litho, maart 1943

Veel van Eschers vlakvullingstekeningen zouden later de basis vormen voor prenten die nu iedereen kent. Denk bijvoorbeeld aan Dag en nacht (1938), Lucht en water I (1938) en zijn magnum opus: de drie versies van de Metamorphose (1937, 1939-1940, 1967-1968).  

De geometrie die Escher zo heeft geïnspireerd, blijft kunstenaars en makers vandaag de dag ook inspireren. Zoals te zien is in Escher & Islamic Art: 20 Perspectives (te zien van 10 juni tot en met 1 november 2026 in Escher in Het Paleis). Maar hoe komt het dat geometrie toen en nu zo essentieel is voor zoveel kunstenaars, mensen en beeldtalen?  

Een mogelijke uitleg hiervoor is dat geometrie een taal is die door veel mensen intuïtief wordt begrepen. Binnen de kunst spelen figuratieve voorstellingen vaak een belangrijke rol bij het overbrengen van betekenis. In de islamitische kunst gebeurt dit via oppervlakpatronen, zoals mozaïeken en geometrische motieven. Deze kunnen een groot expressief vermogen hebben. Islamitische geometrie wordt door velen als krachtig ervaren omdat zij direct aanspreekt op een visueel en emotioneel niveau. In islamitische culturen zijn geometrische patronen niet alleen decoratie, maar kunnen zij ook gebruikt worden om betekenis, waaronder religieuze ideeën, en emotie over te brengen. Bovendien heb je niet per se specialistische kunstkennis nodig om deze betekenis te begrijpen. Geometrische kunst kan mensen uitnodigen om te kijken, te ervaren en zelf betekenis te geven aan wat zij zien. De vormen lijken daarbij soms een directe verbinding met de beschouwer aan te gaan, zonder dat uitgebreide uitleg noodzakelijk is.******

Misschien is die diepe connectie van geometrie met onze gevoelens en emoties, in plaats van de ratio, ook wel de reden dat Escher zijn leven lang bleef experimenteren met vlakvullingen. Iets dat hij beschreef als “een of andere oerdrang”: een oerdrang die onlosmakelijk verbonden is met het menszijn.*******

Bronvermelding

[*] Robert Hillenbrand, Islamic Art and Architecture (Thames and Hudson, 1999), 167-195

[**] Micky Piller, “Escher Visits Andalusia”, in: Escher Meets Islamic Art (exhibition catalogue) (THOTH Publishers, 2013)

[***] Piller, Escher meets Islamic Art, 15

[****] Eric Broug, “Escher and Islamic Geometric Design”, 2013, 20

[*****] Wim Hazeu, M.C. Escher. Een biografie (Meulenhoff, 1998), 248

[******] Wendy Shaw, “Islamic Geometries: Spiritual Affects Against a Secularist Grid”, International Journal of Philosophy and Traditions 61, (2022), 41

[*******] M.C. Escher, Reisdagboek (31 mei 1936), 76

Jula Gommeren

Jula Gommeren

Stagiair

Deel: