Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Pentedatillo

In het najaar en de winter van 1930-1931 werkte Escher de schetsen en foto’s uit die hij in het voorjaar had gemaakt tijdens een reis door de Italiaanse provincies Campanile en Calabrië, samen met zijn vrienden Giuseppe Haas-Triverio, Roberto Schiess en Jean Roussett. De houtsnedes en litho’s die ervan maakte, dragen de poëtische namen van de plaatsen die hij had bezocht: Palizzi, Morano, Pentedatillo, Stilo, Scilla, Tropea, Santa Severina, Rocco Imperiale, Rossano.

Van het bergplaatsje Pentedatillo was hij zo onder de indruk dat hij er twee houtsnedes en een litho van maakte.

M.C. Escher, Pentedatillo, Calabria, litho, oktober 1930
M.C. Escher, Pentedatillo (Panorama), Calabria, houtsnede, januari 1931

Deze twee versies laten het plaatsje van een afstand zien met de huizen die afsteken tegen de daarachter oprijzende rotsen. In de litho staat Escher wat meer naar rechts en bekijkt Pentedatillo schuin van onderen. Omdat dit een litho is, komen het plaatsje en de rotsen veel zachter over dan de strenge zwartwitscheiding van een houtsnede. Iets vergelijkbaars deed hij in de litho van Santa Severina.

In de houtsnede staat hij op ooghoogte en recht in het midden. Bij deze prent is hij uitgegaan van de foto waarop Jean Rousett poseert. De rotspartijen links en rechts markeren de centrale plek van het hoofdonderwerp. Een zigzaggende paadje leidt het oog van de kijker ernaartoe. Zie ook de houtsnede van Palizzi waarin de bebouwing ook prominent aanwezig is.

Giuseppe Haas-Triverio met uitzicht op Pentedatillo, 9 mei 1930
M.C. Escher, Pentedatillo, Calabria, houtsnede, december 1930

Op 9 mei 1930 fotografeerde hij zijn reisgenoot Giuseppe Haas-Triverio. De overeenkomsten tussen de foto en de houtsnede die hij er op baseerde, zijn immens. Precies hetzelfde perspectief, dezelfde focus op het onderwerp. Met één groot verschil: Giuseppe is in de prent uit beeld verdwenen. Ook kaderde Escher het onderwerp iets anders in en geeft hij links en rechts in de marge prominent planten weer, wat de compositie spannender maakt. Ook maakte hij de rotsen van Pentedatillo puntiger en dramatiseerde hij de bebouwing in de rotsen. Het resulteert in een contrastrijke prent waarin een door planten en struiken omkaderd bergpaadje naar het aan de rotsen hangende plaatsje leidt.

Jean Roussett bij Pentedatillo, 9 mei 1930
Jean Roussett bij Pentedatillo, 9 mei 1930

Pentedattilo ligt in het berggebied Aspromonte in het uiterste zuiden van Calabrië. Het plaatsje is sinds de jaren 60 verlaten, mede door de vele aardbevingen en grondverschuivingen die het gebied hebben geteisterd. Escher zag de dramatiek van de rotsformaties in de achtergrond duidelijk in, maar voor bezoekers in de Middeleeuwen en daarvoor moet het beeld nog ingrijpender zijn geweest. Ooit waren die rotspunten namelijk vijf duidelijk gemarkeerde puntige toppen, als een hand die de hemel in stak. Inmiddels zijn enkele van die rotsen ingestort en dus is er van vijf vingers geen sprake meer. In de 7e eeuw na Chr. hebben de Grieken zich hier gevestigd en die hebben het plaatsje haar naam gegeven: penta + daktylos = vijf vingers. In het lokale Grieks-Calabrische dialect werd dat Pentadattilo. Net als in het nabijgelegen Palizzi wordt dit dialect, het Griko, hier nog steeds gesproken.

Edward Lear, Journals of a Landscape Painter in Southern Calabria, titelblad
De afbeelding van Pentedatillo in het boek

Aankomst in Pentedatillo

De Britse kunstenaar en schrijver Edward Lear zag de hand in 1847. In zijn boek Journals of a Landscape Painter in Southern Calabria nam hij een tekening en een beschrijving van de rotsformatie:

‘The appearance of Pentedatilo is perfectly magical … Wild spires of stone shoot up into the air, barren and clearly defined, in the form (as its name implies) of a gigantic hand against the sky, and in the crevices and holes of this fearfully savage pyramid the houses of Pentedatilo are wedged, while darkness and terror brood over all the abyss around this, the strangest of human abodes.’

Meer Escher vandaag