Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Waterval

Als je over het werk van M.C. Escher leest, wordt altijd wel ergens vermeld dat hij zijn prenten uitermate zorgvuldig voorbereidt. Hij maakt ettelijke studies, tekeningen, voordat hij aan de echte uitvoering begint. Van de litho Waterval uit 1961 bezit het Gemeentemuseum Den Haag, wiens collectie wij gebruiken, een behoorlijk aantal voorstudies in potlood.

Dit is het voordeel van een collectie met een eigen archief: vaak zijn er ook nog studies aanwezig. Jammer genoeg zijn soms de nummers van de tekeningen in de linkerbovenhoek afgescheurd. Toch is er nog wel een reeks op te bouwen. Hierin wordt zichtbaar hoe al tekenend bij Escher het systeem van het naar boven lopende water tot stand komt. Lang speelt een groot waterbassin waarin het water plonst een belangrijke rol. Maar als hij dat laat vallen, gaat wordt alles snel anders. Bij Waterval draait het om de plaatsing van de onmogelijke driehoek en de zuiltjes in het beeld, het plaatje.

Zoals op de foto boven te zien is, heeft een onmogelijke driehoek in feite twee tegengestelde kanten: de figuur aan de voorkant is het een driehoek, maar wie in de spiegel in de achtergrond kijkt, ziet een zigzag op tafel liggen met een opstaand paaltje dat daar haaks op staat. Niks driehoek: in de spiegel is dit een bizarre en onmogelijke vorm.

Door in Waterval slim gebruik te maken van deze constructie, in feite door de onmogelijke driehoeken leuk aan te kleden, misleidt Escher ons oog op zo’n knappe manier dat je er voluit in tuint. Het kost echt moeite te ontdekken waar je ogen misleid worden. Je ziet het water toch naar boven lopen!?!
Laten we bij het begin beginnen.

Ik weet overigens niet of dit de eerste tekening is, maar je zou je kunnen voorstellen dat Escher rustig wat ingewikkelde figuurtjes zit te tekenen en het is niet onwaarschijnlijk dat dit blad een van de vroegste aanleidingen kan zijn geweest. Zeker in ogenschouw nemend dat Escher al, drie jaar eerder in 1958, de litho Belvédère had gemaakt en in 1960 Klimmen en Dalen ontstond. Voor Belvédère gebruikte hij de onmogelijke kubus als sleutel tot de constructie. Die kubus staat ook op deze tekening, in het midden en is de tweede figuur van links in de onderste rij. Er omheen staan andere figuren, waaronder op de bovenste rij een aantal onmogelijke driehoeken die vanuit verschillende standpunten zijn getekend.

Het Gemeentemuseum Den Haag bezit een aantal tekeningen. (Ik heb een korte uitleg over deze collectiegeschiedenis onderaan gezet.) In het boek De werelden van M.C.Escher’ voor het eerst in 1971 uitgebracht als Boek van de Maand, staat tekening nr 2. Hierboven zie je een scan uit het genoemde boek.

Hierin onderzoekt Escher een andere variatie op de onmogelijke driehoek te vergelijken met de onderste linker figuur van de eerste tekening. De tekeningen tussen nummer 2 en 6 ken ik niet, maar in nummer 6 valt te zien hoe Escher nog steeds bezig is met de onmogelijke driehoek, maar nu als 3D-object. In deze schets lijkt de onmogelijke driehoek wel een modernistisch bouwwerk.

Door in de studies 7 tot en met 9 een bogengalerij aan het lange liggende been toe te voegen, verandert hij het modernistische bouwwerk in een soort Italiaans Palazzo. Hij vraagt zich kennelijk af hoe hij hier verdiepingen in aan kan brengen, want in tekening 9 komen er een soort plateautjes uit het staande been. Het hoogte verschil is aangebracht.

In nr 10 verschijnt opeens een waterbassin dat er in nr 11 nog steeds staat. In nr 11 wordt ook hoogteverschil opgebouwd. Hoewel het goed is te zien dat het inmiddels om een watergeul, doet deze grote constructie ook wel aan de trappen rond de binnenplaats van Klimmen en Dalen, denken. Het gebouwtje heeft nog 3 torenkapelletjes zou je kunnen zeggen en een terugloop watergeul aan de rechterkant. In nr 12 maakt Escher een grote stap naar de uiteindelijke Waterval.

Ik heb de tekening digitaal gespiegeld omdat alle grafiek altijd het spiegelbeeld van de originele tekening is. Het ronde waterbassin heeft een tegenhanger in het huisje (een molenaarswoning?) aan de linkerkant gekregen. Hier is het nog steeds duidelijk waarom, de prent later Waterval zal gaan heten. Het is helder dat Escher in tekening 12 opeens een stap maakt in zijn denken over de Waterval. Het water plonst nog in de grote ronde stenen bak en vandaar uit komt het in de bakstenen watergeul. De torens dragen de verdiepingen van de geulen en het hele complex is op een soort bodemplaat gezet. In de gespiegelde versie zie je de overeenkomst met het latere werk: hier ligt het uitgangspunt, maar ook de hele belangrijke verschillen.

Daarnaast krijgt de uiteindelijke Waterval meer omgeving die de verwarring voor je ogen alleen maar ondersteunt. Maar zo ver zijn we nog niet, er moet nog hard worden gewerkt.


In nummer dertien wordt de watergeul letterlijk uitgebouwd en onderbouwd.
Tekening 15 is van groot belang: hierin plaatst Escher de ondersteuning van de watergeul uiterst zorgvuldig en minutieus op een traditionele manier, in het bouwwerk. We gaan even terug naar hetzelfde deel uit de digitaal gespiegelde tekening 12 en combineren die met de digitaal gespiegelde tekening 15, zodat deze tekeningen het beste met de latere litho overeenkomen:

Wat valt op? Ten eerste: het waterbassin is weg, niks geen geplons meer. Nu is er een waterrad dat het vallende water meteen in de geul en naar achteren duwt. De dichte linker toren van tekening 12 (links) is vervangen door een lichte pijler constructie waar je zo doorheen kijkt. En zo wordt de waterval een watermolen! Toch is er nog steeds een groot verschil met de prent.

In de prent verschuift Escher de watergeul een heel klein beetje naar binnen. Daardoor lijkt het, als je beter kijkt, of de pilaartjes aan de binnenkant van de hoek die de er boven lopende geul ondersteunen, eigenlijk de buitenkant dragen. Dit versterkt de werking van de herhaalde onmogelijke driehoeken! In de prent heeft deze combinatie een bijna hallucinerende werking waardoor je zonder moeite kunt geloven dat M.C. Escher het water omhoog kan laten lopen!

Het Gemeentemuseum heeft zelfs nog het doordrukpapier dat Escher gebruikte om de tekening op de steen te zetten. Op de achterkant zijn de scherpe lijnen goed te zien. Op de een of andere manier vind ik het ontroerend zo’n louter technisch middel te zien, het voelt nog intiemer dan de studies waarvan een kunstenaar weet dat die op enig moment door een publiek zouden kunnen worden gezien. Het papier is op sommige plaatsen zoals bij het rad en het trapje helemaal gebubbeld door de kracht waarmee hij te werk ging.

Maar zelfs hierin is er nog steeds een verschil met de uiteindelijke prent: er 2 staan twee mannen in terwijl er in de prent op die plek nog maar 1 man omhoog kijkt naar de watermolen. Er is nog een vroegere tekening bekend waarin er ook slechts een man staat, maar die kijkt zo half naar beneden. Escher heeft hem uiteindelijk voor de andere man gekozen.

Over de Escher collectie van het Gemeentemuseum Den Haag

Het Gemeentemuseum heeft voor het prentenkabinet door de jaren heen werk van M.C. Escher gekocht. Nadat Hans Locher in 1968 de eerste grote overzichtstentoonstelling van Eschers werk samenstelde ter ere van diens zeventigste verjaardag, kon het museum twee collecties in bruikleen krijgen. Na de dood van M.C. Escher heeft het museum een collectie gekocht samen met studies, vlakvulling tekeningen, brieven, een deel van het archief dat Eschers werk betrof, vroege fotoalbums en een aantal objecten. Dit is de collectie waarmee wij werken.

Escher´s waterfall. Project: Fachhochschule Trier – Intermediales Design

Waterfall optical illusion Revealed – 3D explanation

Meer verhalen over Escher