Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Modderplas

Het is eind november als ik dit schrijf. We hebben net een guur weekeinde achter de rug. De herfst kwam langzaam op gang dit jaar, het blad verkleurde laat en het duurde lang totdat het guur werd. Nu zijn de stormen en de regen begonnen, het is koud. Modderplas is een prent die bij deze tijd hoort. De prachtige kleur en de kale takken laten maar weer eens zien wat een goede waarnemer, kijker, Escher is.

Het is zo’n typische houtsnede waar, als je niet oppast, zo maar aan voorbij loopt. Ach ja een plas in een wat modderig pad. Ik associeer dit dan altijd met de Veluwe: het schrale heide en duingebied in het midden van Nederland. We zien de sporen van autobanden, wellicht van de boswachter; tractorsporen; fietsbanden, misschien de afdrukken van de banden van een kinderwagen en grote mannenstappen. Dit is onze eerste blik, wandelaars zullen zo’n situatie herkennen.

Maar in het museum is de situatie anders. Terwijl je verder loopt naar een volgende prent, blijft er iets hangen in je hoofd, er zeurt iets: “Wat zag ik nu echt?” Wie zich niet de tijd gunt een prent van Escher langzaam te bekijken, zal vaker last hebben van deze vraag. Een van de aspecten waardoor zijn werk ons zo lang al kan boeien, komt uit deze extra laag die hij in veel prenten aanbrengt.

Escher is niet alleen beroemd door zijn optische illusies waarin handen elkaar tekenen; door zijn beeldveranderingen waarin bijen uiteindelijk in vissen kunnen veranderen, of door zijn fascinatie voor een eeuwig durende beweging bijvoorbeeld in het naar boven stromende water. Hij is in staat ons, zijn toeschouwer, in een één op één relatie met een prent te plaatsen. Door die knagende vraag in je hoofd: is er niet meer dan de sporen van de banden en de weerspiegeling van takken in het water, kom je terug.

Wat zag ik en dan begint het pas goed. Ten eerste de kleur: opeens zie je dat het zand van de weg bruin is. Dat is opvallend, want vrijwel alle prenten zijn met zwart gedrukt op wit papier. In deze prent is er bruin van zand en de onwaarschijnlijk mooi getroffen zilveren glans van een wolkenloze volle maannacht. Om dit te bereiken, gebruikt Escher een heel licht groen. Het is een groen dat voor het oog naar grijs nijgt en dat toch de zilveren gloed van zo’n enorme maan oproept. De maan zelf is perfect rond weggestoken en dus wit gebleven. De kale wintertakken van de Japanse lariks met de zo typerende bolletjes steken hard af tegen de zachte kleur van de plas.

Japanse Larix

Ik heb op de Veluwe wel eens zo’n nacht met een prachtige volle zilveren maan beleefd. Ik beperkte me dan echter tot het naar boven staren en misschien nog recht vooruit het bos in. Escher toont ons echter de oneindigheid van het heelal. Hij doet dit op zijn typische onderkoelde manier door de maan tussen het spiegelbeeld van de takken door te laten schijnen. Pas als je je realiseert, niet naar beneden, maar eigenlijk via het spiegelbeeld naar boven te kijken, krijgt de prent die onpeilbare diepte. Het pad wordt in feite het kader, de lijst, waarin Escher het heelal vangt! Je staat in een spiegelpaleis waarin de vloer plotsklaps de hemel blijkt te zijn.

Wat zie ik nu eigenlijk? Het is de omkering van de werkelijkheid die we zien met daarin de oneindigheid van de ruimte!

Escher heeft oog voor detail zonder dat ons dit detail wordt opgedrongen, of overheerst. Wie niet oplet, ziet het niet. Later als je nog eens nadenkt over deze Modderplas, de prent misschien in een boek, of op het internet opzoekt, blijkt dat de voorstelling achter de eerste waarneming veel verder gaat dan louter een mooi plaatje. Dit werk wijst je op je eigen vluchtigheid. We willen tenslotte alles het liefst in één keer begrijpen, opnemen en doorlopen. Het werk van Escher leent zich daar niet voor. Zijn prenten hebben aandacht en tijd nodig. Dan pas kun je ongelofelijk verrassende zaken in een modderplas zien.

 

Meer verhalen over Escher