Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Het Verblifa blikje

Naast de verkoop van zijn prenten verdiende Escher geld met het uitvoeren van opdrachten. Zo ontwierp hij onder andere patronen voor een glazen plafond bij Philips, houten panelen voor het raadhuis van Leiden en een geveltableau voor een middelbare school in Den Haag. Vaak gebruikte hij op de een of andere manier een vlakvulling voor deze opdrachten. Zo ook voor het snoeptrommeltje dat Escher in 1962/3 ontwierp voor het 75 jarige jubileum van Verblifa (de Vereenigde Blikfabrieken, die toen nog in Krommenie stonden). Het bedrijf vulde het trommeltje met bonbons voor het personeel en zakenrelaties.

De firma Impress BV, waarin Verblifa tijdens een fusie is opgegaan, heeft het blikje geschonken aan Escher in Het Paleis. Uit hun archief komt het verhaal van de oud-medewerker, de heer Van der Grijn, over de samenwerking tussen Verblifa en Escher. Via de organisatie Kunst en Bedrijf kwam Verblifa in contact met de toen al beroemde M.C. Escher. De verkoopdirecteur, de heer Bouvy, en nog enige andere directieleden vertrokken in de winter van 1962 in de ‘Directie Mercedes’ naar Baarn. Daar hadden ze een uitermate prettig gesprek met Escher in zijn atelier. Escher liet echter weten dat hij als ‘artist arrivé’ niet meer echt geïnteresseerd was in dit soort opdrachten. Volgens Van der Grijn vertelde Escher:

dat hij in zijn ‘arme’ tijd, b.v., toen hij in Italië (1922-1934) verbleef, een gat in de lucht zou hebben gesprongen als een bedrijf hem met een soortgelijke, toen zeer welkome, opdracht zou hebben vereerd.

Icosaëder

Ondanks de twijfel die zo bij de delegatie van Verblifa ontstond, lieten ze toch de “gehandschoende chauffeur” de hele blikvoorraad uit de auto halen om te laten zien wat tot de mogelijkheden van de fabriek behoorde. Escher raakte geïnteresseerd door een blik dat in 1955 voor Verkade was ontworpen en Koh-I-Noor werd genoemd. Het was een Icosaëder, een twintigvlak. “De vorm boeit me enorm,” zei Escher hen. De heren van de fabriek vonden het een groot probleem zo’n moeilijke vorm in een relatief kleine oplage van 7.000 stuks te maken. Op de terugweg was de stemming dan ook gedrukt. De heren waren onder de indruk van Escher en zijn werk en vermoedden dat er een prachtige samenwerking uit zou kunnen ontstaan, maar er waren geen afspraken gemaakt. Escher had de boot duidelijk afgehouden.

Een week later vertrok nogmaals een delegatie van Verblifa naar Baarn. Tot hun verrassing bleek in dit gesprek dat Escher al een oplossing voor de productie had bedacht.

Op deze manier konden alle ruim 7.000 blikken makkelijk bij elkaar aansluiten en uitgesneden worden. Desondanks had het team nogal wat voorbehoud. Dit zou een technisch hoogstandje worden.

“Wij zaten er echt ‘tegenaan’ te kijken 20 (!) driehoekige vlakken, 30 ribben en 12 hoeken in elk waarvan 5 vlakken samen komen! Nog nooit vertoond in die 75 jaar blikbewerking en vermoedelijk daarvoor ook niet.”

Terug in Krommenie werd iedereen echter steeds enthousiaster voor het idee. Uiteindelijk ging men, misschien wel juist door de technische uitdaging, akkoord.

Escher ontwierp natuurlijk een vlakvulling voor het trommeltje. Vlakvullingen zijn patronen die naadloos aan elkaar sluiten en eindeloos door zouden kunnen gaan. Hij koos voor de zeester omdat er, zo schrijft de heer Van der Grijn in zijn verslag:

“slechts één dier was dat in een min of meer regelmatige vorm de pyramidetop kon bedekken. …. Dit waren dus 12 zeesterren, Toen hij, bijna verlegen lachend vroeg, of deze er op ‘gelegd konden worden’, dus geprägd volgens de vaktermen, kon dat ook. Onze technici waren zodanig in de ban van Escher, zijn atelier en zijn project, dat nu werkelijk alles kon. ”

Tussen de zeesterren liggen gestreepte schelpen. Escher was hier volgens Van der Grijn niet helemaal tevreden over, maar bracht dit “offer” omdat dit een technische voorkeur van de fabriek was. Het resultaat is een verbluffend blikje. Hoe je het ook draait of keert, het patroon blijft altijd hetzelfde door de icosaëder met haar twintig gelijkzijdige driehoeken.

Het nadeel van dit blik was echter dat het groter werd dan de fabriek voor zijn jubileum had bedacht. Er moesten nu geen 250 tot 300 gram bonbons in, maar 400 gram, wat maar liefst 700 kilo extra bonbons betekende! De lekkernij werd ieder voor de helft door Droste en Verkade geleverd. De uiteindelijke productiekosten van het blikje lagen hoog: acht gulden per blik terwijl het duurste blik uit die tijd hooguit een gulden vijfenzeventig kostte. Ondanks een geplande oplage van 7.000 stuks werden er nogal wat meer gemaakt. “Er zijn vrij veel in reserve gedrukt in verband met de verwachte mislukkingen in de productie. Die hebben zich overigens niet voorgedaan, waardoor na verzending nog wat -lege- trommels overbleven.”

De heer Van der Grijn schrijft in zijn verslag van de gebeurtenissen waaruit hier steeds is geciteerd dat Verblifa uiteindelijk trots was op het jubileumblik.

“In de Icosaëder kwamen de sterke punten van ons bedrijf: veelzijdigheid, decoratie, embossing en blikbewerking volmaakt tot uitdrukking!”

Escher kreeg naderhand nog drie platte stukken blik van Verblifa met de vlakvulling. Hij was hier erg blij mee, schreef hij in een brief aan Bouvy van Verblifa op 7 april 1963. Nu kon hij belangstellenden goed laten zien hoe het blikje in elkaar wordt gezet.

 

Meer verhalen over Escher