Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Draak

Wie Escher noemt, denkt optische illusie. Hoe vaak zeggen onze bezoekers niet: ‘Ach mevrouw, als puber zat ik al uren naar die prenten van Escher te staren om te ontdekken HOE hij mij nu eigenlijk in de maling nam.’ Het is natuurlijk ook wonderlijk wat voor visuele grapjes hij met ons uithaalt. In de afgelopen jaren heb ik de bekendste beschreven in de verschillende Eschers van de maand zoals de onmogelijkheid in Stilleven met spiegel, of in Waterval; de onmerkbare overgangen in de drie Metamorphoses; of de schijnbare logica in de prent Ruiter waar, net als in Dag en Nacht, het moeilijk wordt voor- en achtergrond uit elkaar te halen omdat onze ogen nu eenmaal of de voor-, of de achtergrond waarnemen. Bij Ruiter zie je of rode of grijze ruiters en in Dag en Nacht vooral witte vogels en pas later de zwarte vogels.

Bij Draak gebruikt Escher de optische illusie traditioneler. Het onderwerp zelf bestaat al niet: draken komen voor in sprookjes, mythen en games, niet in ons dagelijks bestaan. Dus zie je het beest, dan weet je dat Escher zijn fantasie de vrije loop kon laten gaan. Ondanks deze insteek weet hij ons toch te frapperen. Hij wil ons om de tuin leiden over de platheid van het papier. Hij schept op het papier een illusie van driedimensionaliteit, want je kunt niet om een getekende boom heen lopen. Dus is onze draak ook plat. Tegelijkertijd zet Escher al zijn vakkennis in om je te laten geloven dat dit beest ‘echt’ is.

Bij buik en poten is goed te zien welke trucs hij hiervoor inzet: de achterste poot staat hoger dan de voorste poot. Hij zet schaduw aan de achterkant van de poten in die bij de voorste poot consequent doorloopt over de dij. Deze geschubde draak heeft een soort bolle slang structuur die Escher volgens de regels van het centraal perspectief uitgewerkt. Tot zo ver is dit een klassieke manier van uitbeelden.


Maar wat doet Escher met de kop en de staart? Hij heeft een optische snee in zijn eigen houtgravure gemaakt. Om ons dit goed te laten zien, krijgt die snede wat ruimte naar ons, de toeschouwer.

Zo lijkt er in de prent zelf ruimte te zijn gemaakt, waar de getekende draak, het onderwerp, kennelijk zijn kop en staart doorheen kan steken! Zo ontstaat een onmogelijke cirkelredenering: getekende draak steekt kop door papieren lijf waardoor die kop eigenlijk niet meer getekend lijkt te zijn…. Dit is een schoolvoorbeeld van een optische illusie. Het onderwerp bestaat al eigenlijk niet en dan doet dat onderwerp ook nog eens onmogelijke dingen!

Een ander woord dat in de kunstgeschiedenis voor optische illusie wordt gebruikt is het Franse trompe-l’oeil. Dit betekent ‘misleidt het oog’, ofwel gezichtsbedrog. Een favoriete liefhebberij waar Escher graag mee speelt. Bij Draak worden we op niveau bedrogen, maar wel op zo’n wijze dat we dit in eerste instantie niet eens opmerken.

Wat is eigenlijk het verschil tussen een optische illusie en een verregaand uitgevoerde centraal perspectief tekening? Als voorbeelden neem ik twee houtgravures uit 1945: Dorische Zuilen en Drie Bollen. Beide kunstwerken lijken technische oefeningen, maar er is toch een belangrijk verschil.

M.C. Escher, Dorische zuilen, houtgravure in zwart, bruin en blauwgroen, gedrukt van drie blokken, augustus 1945
M. C. Escher, Drie Bollen, houtgravure, september 1945

Bij Dorische Zuilen zie je eigenlijk meteen al dat ze niet kloppen, of in ieder geval klopt er iets niet. Escher speelt net als in Draak een vergelijkbaar vreemd spel met onze verwachting, onze waarneming en het moment van herkenning.

De twee zuilen hebben een vreemde slagschaduw. Op het bordje naast het werk staat Dorische Zuilen. Die titel bevestigt bij sommigen de associatie: o, ja dat zijn zuilen uit oude Griekse tempels waar geen versiering aan de bovenkant (het kapiteel) zit en waar lange verticale ribbels in zijn gemaakt vanwege de optische illusie. Dat zou een eerste reactie kunnen zijn. Terugkijkend naar de prent zie je dat dit toch niet klopt.

Het wringt bij de twee zuilen die binnen de rand van de prent geperst lijken te staan. De linkerzuil heeft aan de onderkant nog wel een stevige vierkante steen waar hij op rust. Maar ook daar deugt iets niet. Links en rechts van deze steen lopen vreemde slierten. In feite speelt Escher in 1945 al met hetzelfde idee als wat hij later (in 1952) bij Draak uitwerkt. Zoals hij in Grafiek en Tekeningen uitlegt:

“Het is dus eigenlijk een platte papieren strook die, drie maal gevouwen, tussen de zoldering en het kapiteel van de rechter zuil geklemd zit. Maar met die rechter zuil is hetzelfde aan de hand: van boven lijkt zij volumineus, maar van onderen blijkt het een lint dat plat op de vloer ligt en waar de linker zuil op rust.”*

Dit is dus een werk waarin we heel doelgericht door Escher in een optische illusie op het verkeerde been worden gezet. Terwijl de Drie Bollen, voor mijn gevoel eerder een werktekening is waarin hij op een uiterst secure manier op het platte papier uitprobeert hoe je een bol kunt weergeven. Natuurlijk blijft het een stuk papier waarvan wij opeens door al die precieze lijnen geloven dat het drie bollen zouden moeten zijn. De bovenste is makkelijk te zien, de tweede, middelste bol is echter een schijf die in Eschers woorden

“in twee helften (is) gevouwen: een verticaal stuk en een horizontaal stuk, waar de bovenste bol op rust. Onderaan wordt zo’n discus nog eens getoond, maar nu zonder vouw en perspectivisch gezien als een rond tafelblad.”*.

De middelste en de onderste manier van weergeven hebben dus wel die uitleg nodig om ze te kunnen herkennen.

In juli 1945 maakte Escher de litho Balkon, dat is dus nog voor de Drie Bollen uit september. Hierin brengt hij in een huizenrij een vreemde bolle vervorming aan, op een moment dat het gebruik van de fish eye lens niet algemeen bekend was.

De huizen doen sterk denken aan de huizen op Malta in het stadje Senglea waarvan hij in 1935 een prent maakte. De balkonkamer van het middelste huis puilt disproportioneel uit. Ook hier gaat het over een tot het uiterste doorgedreven optische illusie. Of zoals Escher zegt:

“Maar de bobbel die in het midden zichtbaar is, is wéér een illusie,want het papier blijft plat. Het enige wat bereikt werd is een uitdijing, een viermalige vergroting in het centrum.” *

M. C. Escher, Senglea, Malta, houtsnede in zwart, grijs en grijsgroen, gedrukt van drie blokken, oktober 1935
M. C. Escher, Prentententoonstelling, litho, mei 1956

De optische illusie die hij bijna tien jaar later in Prentententoonstelling toepast, is echter op het oog veel gecompliceerder. Als we de toeschouwer van de kunsttentoonstelling als beginpunt nemen, dan kijken wij van buiten de expositieruimte met hem mee naar een kunstwerk dat wel erg aan Senglea doet denken.

Escher vindt Dorische Zuilen een “vergroting naar het centrum toe”* , en Prentententoonstelling is een variatie hierop, het is een:

“ringvormige uitdijing rondom het centrum, in de richting die de wijzers van een klok gaan.” *

Zo wordt de Prentententoonstelling uit 1956 door middel van de optische illusie van de Dorische Zuilen uit 1945 verbonden met Draak uit 1952. In 1958 maakt Escher Bolspiralen. Op een uiterst verfijnde wijze wijst hij ons hierin nogmaals op de grote tegenstelling tussen kijken en zien. We zien een bol, maar we kijken naar een plat stuk papier!

Zoals vaker is het mogelijk een prent van Escher in verschillende groepen onder te brengen. Escher zet Bolspiralen, in de groep met banden en omhulsel, ik vind dat het ook de laatste prent in de reeks is waarin het conflict tussen plat en ruimtelijk wordt getoond. Bolspiralen is de ideale optische illusie.

De bol is zo prachtig doordat de slinger die er om heen draait aan de buitenkant goud geel is en aan de binnenkant rood. Die kleurencombinatie stimuleert het gevoel van realiteit. Het is alsof je naar een breekbare glazen bol kijkt waar de tweekleurige spiraal omheen is gelegd. Maar let op: het is een houtsnede!

Al deze prachtige details zijn met de hand gesneden en in verschillende drukgangen op het papier gebracht! Eerlijk gezegd verbijstert zo’n perfecte bol me eigenlijk nog meer, dan het draakje dat zijn kop door zijn papieren lijf steekt.

 

Citaten komen uit:

* De heruitgave uit 2006 door Taschen GMBH van “M.C.Escher Grafiek en Tekeningen; ingeleid en toegelicht door de graficus; indertijd uitgegeven door Koninklijke uitgeverij J.J.Tijl NV Zwolle; 1959, alle citaten staan op p15.

Meer verhalen over Escher