Tickets bestellen
Adres
Lange Voorhout 74
2514 EH Den Haag
T: 070-4277730
E: info@escherinhetpaleis.nl
Terug

Bij Mesquita in de klas

Het is al eerder gezegd, Mauk Escher heeft geen goede herinneringen aan zijn middelbare schooltijd in Arnhem, wel aan afzonderlijke leraren, zoals zijn tekenleraar, maar niet aan de school in zijn geheel. Zijn vriendenclub met Jan van der Does de Willebois en zijn oudere zus Fiet, Bas Kist, Roosje Ingen Housz en Conny Umgrove sleurden hem door deze tijd. Escher slaagt uiteindelijk in augustus 1918 toch niet voor zijn eindexamen, hij heeft onvoldoendes voor staatsinrichting, staatshuishouding, boekhouden en geschiedenis. Zijn ouders zoeken een oplossing en via contacten in Delft kan hij zich daar toch nog in dat jaar inschrijven voor de studie bouwkundig ingenieur. Maar in Delft voelt hij zich ook niet thuis, hij wordt ziek, krijgt last van een nare huidinfectie en haalt het eerste jaar niet. Hij maakte er wel decors voor het Groene Toneel en een houtsnede voor de Almanak.

Via Richard Roland Holst, die professor was aan de Rijksacademie in Amsterdam, gaat hij naar de School der Maatschappij voor Bouwkunde en Kunstnijverheid te Haarlem. De school zat in Paviljoen Welgelegen, het oude huis van de Engelse bankiersfamilie Hope. (Tegenwoordig is hier het kantoor van de Commissaris van de Koningin van de Provincie Noord Holland.) Mauk begint op aanraden van zijn vader, de opleiding op de afdeling Bouwkunde een soort voor studie tot architect. Maar al rap laat hij zijn werk zien aan Samuel Jessurun de Mesquita de beroemde graficus die in Haarlem natuurtekenen en grafische kunsten doceert. Mesquita herkent Eschers talent en zet zich in voor hem bij directeur Verkruysen, als ook bij Mauks ouders. Die gaan eindelijk overstag: als hun jongste zoon talent heeft, steunen ze hem. Dat zullen ze dan ook lang en loyaal doen.

Zo verhuist Escher op 17 september 1919 naar Haarlem. Van zijn hospita krijgt hij een witte poes cadeau die hem in ieder geval tot twee houtsneden zal inspireren. De technische kwaliteit van de houtsneden valt op: de kleine haartjes in de oren van de poes, maar ook de houding is goed getroffen.

Escher experimenteert tijdens zijn opleiding, hij onderzoekt verschillende stijlen en kijkt wat er bij hem past. Er zijn prachtige Jugendstil motieven zoals dit portret een man waarin misschien wel een portret van zijn leermeester Jessurun de Mesquita valt te zien.

Hij probeert het expressionisme, lijkt te flirten met een soort stripstijl en probeert zelfs een paar keer een verregaande abstractie.

Het zijn de wegen die een jong kunstenaar rond 1920 kan gaan. Je bent tijdens je studietijd en aan het begin van je carrière zoekend en probeert van alles uit.

M.C. Escher, De Borger Eik, Oosterbeek, linoleumsnede, 1919
M.C. Escher, Basaltblokken langs zee, houtsnede, 1919

In het laatste schooljaar maakt hij de houtsnede Bij Mesquita in de klas.

Het is een ongelofelijke puzzel aan lijntjes die op dit middendeel van de prent ontstaat. Een puzzel die niet meteen opvalt als je naar het geheel kijkt. Van links zien we naast de zwarte rand van de prent van boven naar beneden: de slingerfiguur uit het behang; het riet van de lambrisering de schuine tekenplank van de vrouw haar tafel met tafelblad en zijkant ; weer het riet, een tafelpoot. Iets naar rechts daarvan het tweed jasje van de man zijn hand met de stift die hij vreemd vasthoudt, haar twee handen waarachter de voorkant van zijn houten blok, daaronder de voorkant van zijn tafel en klein (diagonaal) stukje van het riet en haar bovenbeen en knie in een zwarte rok. Rechts van dit drukke deel zijn de slingers van het behang haar zwart wit horizontaal gestreepte trui; de verticaal gestreepte riet lambrisering en haar zwarte rok.

Het knappe van Escher is dat hij in deze prent in feite geen gebruik maakt van het centraal perspectief maar eenvoudige bijna geometrische vormen zo slim voor elkaar zet dat je de ruimte als logisch ervaart.

Daarnaast is dit een bravourestuk, overigens een van de weinige ‘kijk eens wat ik kan’ prenten die Escher ooit maakte. Hij laat zien wat hij wel niet allemaal beheerst: hoe goed hij de materie kan benutten en uitvoeren. Het feilloos getrokken slinger motief uit het behang; de stippeltjes om de wol van het jasje aan te geven, zijn horizontaal gestreepte stropdas; de witte armen van het meisje en de handen van hen beiden die slechts worden aangegeven door de contourlijnen. Het weerbarstige mannen haar dat in een midden-scheiding zit, de geconcentreerde blik naar het werk waar hij, net als de jonge vrouw, mee bezig is. Voor het verticale riet gebruikt hij een breder guts en de horizontale strepen van de trui en de kousen van de vrouw hebben weer een andere maat dan die van zijn stropdas.

Ondanks al deze verschillende toepassingen is het een rustige prent. Dat komt door de vier zwarte vlakken die hij heeft laten staan: het haar van de vrouw, haar rok; zijn broek en de vloer. Vooral het grote vlak van haar rok is door de asymmetrische vorm van belang. Door de rok ontstaat een verbinding tussen haar voorgrond en zijn achtergrond. Escher heeft de twee figuren weliswaar haaks op elkaar gezet, maar in beiden zit een zeer frontale platte manier van weergeven. Hij geeft geen details die volume laten zien, geen borst, heup of bolling van arm, wang, of dij. Er zit geen borstkas in zijn jasje, het lijken als je goed kijkt, allebei wel van die uitgeknipte figuurtjes, poppetjes uit een boek die je kon uitknippen en aankleden met uitgeknipte kleren. Toch is je je eerste interpretatie van de prent: twee mensen die geconcentreerd aan het werk zijn.

Deze hele jonge Escher staat aan het begin van zijn carrière. Hij geeft je het gevoel, ondanks het gebrek aan details, naar twee mensen van vlees en bloed in een klas van Mesquita te kijken doordat hij de figuren en hun toebehoor zo ongelofelijk goed tegenover elkaar weet te zetten. Escher schept ruimte door ons gevoel aan te spreken: een groot zwart vlak ( haar rok) is dus dichtbij. De stipjes van het jasje maken dat hij automatisch verder van je af staat en de wirwar van lijnen volg je weliswaar niet met je ogen, maar als je een code hebt, zoals de herkenning van haar tekenplank, ontrafel je het hele complexe beeld.

Het mooie aan dit vroege werk is de vanzelfsprekendheid. Escher is geen man die pocht ook niet toen hij als jong kunstenaar zo’n rijp werk wist te maken. Uit alle prenten van M.C. Escher spreekt een grote mate van vanzelfsprekendheid. Eigenlijk krijg je altijd het gevoel zo ziet dit onderwerp eruit, of het nu de binnenkant van de koepel van de Sint Pieter is, of twee handen die elkaar blijken te tekenen. Zoals hij het je toont, is het goed. Escher reikt een mogelijkheid aan de wereld eens anders te bekijken. Door een kleine variatie geeft hij een fikse draai aan je manier van kijken, van denken. Na negentig jaar is dit nog steeds fascinerend. Later wordt “de Escher Blik”alleen nog maar sterker.

NB het nadeel van een website is dat het formaat van de werken niet goed tot hun recht komt. De Borger Eik is bijvoorbeeld nog geen 10 cm hoog en breed, terwijl het mansportret 34 bij 35 cm is.

Meer verhalen over Escher

Acht koppen

Als je de wereld ervaart als een eeuwig doorlopende verhaal met herhalingen in variaties, dan is een vlakvulling een ideaal beeldmiddel om mee te werken. De vlakvulling is een zich herhalend motief waarvan de buitenlijnen steeds weer naadloos aansluiten.

Lees meer

Metamorphose I, II, III

"Ik ben druk bezig met het overdenken van een alleraardigste opdracht die de P.T.T. mij misschien wil geven." Dit schrijft Escher in juni 1967 aan zijn oudste zoon George in Canada. Na wat geharrewar zal hij de opdracht begin 1968 inderdaad krijgen. In de tussenliggende tijd heeft hij al wat motieven uitgeprobeerd.

Lees meer

Atrani

Waarschijnlijk is de Collegiata di Santa Maria Maddalena, de kerk van het Italiaanse kustplaatsje Atrani een van de allerbekendste kerken uit het werk van M.C. Escher. Deze litho is misschien zelf niet eens zo bekend, maar het gebouw met de opvallende klokkentoren is wereldbekend uit de drie Metamorphosen.

Lees meer